Doorgaan naar hoofdinhoud subline-curl

Geen cursus maar netwerk om jonge gezinnen heen

Maak je relatie eerst babyproof voor de kleine komt, zo pleit een groep van pedagogen, juristen en scheidingsdeskundigen afgelopen week in een brandbrief aan de Nederlandse gemeenten (dagblad Trouw, 9 oktober 2015)

Een ouderschapsbelofte en aanbod aan cursussen zouden daarbij kunnen helpen, zo stellen de experts voor. Een mooi voorstel, maar misschien is het niet het beste middel. Wij pleiten (vanuit Jong Protestant) niet voor nog meer cursussen, maar voor netwerken waarin verschillende (jonge) gezinnen opgenomen zijn en samen op kunnen lopen. Kerken vormen al zo’n gemeenschap waarin en waar vanuit dit eenvoudig te organiseren valt. Dat blijkt te werken: kerkelijke kinderen en jongeren behoren bijna uitsluitend tot de zogenaamde ‘85%-groep’ die nauwelijks tot niet hulp van derden nodig heeft bij het opgroeien en volwassen worden.

Privatisering en specialisering
Wat de opvoeding van kinderen betreft, doet zich een aantal opvallende ontwikkelingen voor. Twee belangrijke zijn de steeds verdergaande ontwikkelingen van ‘privatisering’ en ‘specialisering’. In het algemeen kun je zeggen dat er een steeds striktere scheiding is ontstaan tussen het leven in de samenleving en het leven privé. Opvoeden lijkt hoe langer hoe meer gezien te worden als een zaak van alleen de ouders.

Hebben ouders problemen bij de opvoeding dan worden specialisten gezocht. Voor elk kinderprobleem is er eentje. Het gevolg: kinderen worden steeds minder in hun samenhang bekeken. Een kind is steeds minder een heel persoon, maar valt uiteen in zijn of haar verschillende vaardigheden een vooral in zijn of haar eigen problemen. Je zou de twee ontwikkelingen van privatisering en specialisering ook kunnen samenvatten met het woord ‘fragmentarisering’.

Gezamenlijke oefenplaats
Pedagogen en godsdienstpedagogen zien de ontwikkelingen zoals die hierboven aan bod zijn gekomen, met lede ogen aan. In meer dan één opzicht betreuren zij dat er in de manier waarop kinderen worden opgevoed, zo weinig samenhang meer is te zien. Die samenhang, zo zeggen zij, kan hervonden worden door de samenleving of de gemeenschap in de opvoeding weer een kans te geven, al is het natuurlijk op een andere manier dan vroeger. Vroeger gebeurde dat door dat de samenleving of de gemeenschap voorschreef hoe ouders moesten opvoeden. Dat kan niet meer. Nu zou dat kunnen door in een ondersteunende houding ‘om de ouders heen te gaan staan’.

In kerken is deze ondersteunende houding een onderdeel van haar DNA: De gemeenschap is wezenlijk en begint voor iedereen bij de doop. Door de doop worden kinderen in de gemeenschap opgenomen, omdat de kerk gelooft dat God zegt: jij mag er zijn zoals je bent, je hoort erbij. Daarbij belooft de geloofsgemeenschap een ondersteunende rol te spelen bij de opvoeding van de kinderen. Voor een deel wordt die vraag beantwoord door het aanbod dat de kerk creëert in activiteiten als kindernevendienst, club en catechese. Wij pleiten er binnen kerken voor om juist ook ouders actief te ondersteunen bij de (geloofs)opvoeding van hun kinderen.

Gespreksgroepen
De meest vruchtbare vormen daarvan zijn op dit moment kringen of gespreksgroepen voor (jonge) ouders en zogenaamde familiegroepen: meerdere gezinnen uit bijvoorbeeld een wijk komen regelmatig samen en wisselen niet alleen uit over de opvoeding, maar er is ook ruimte om samen te spelen, te vieren, te delen en te eten. Een eenvoudige, laagdrempelige vorm wat een gezamenlijke oefenplaats van geloven-in-praktijk voor ouders én kinderen is. Een plek ook om mogelijke moeiten tijdig en in alle eerlijkheid te delen met elkaar als partners en met belangrijke anderen. De ervaringen die daarin al zijn opgedaan, geven goede moed. Gezinnen vormen zo gemeenschappen die de fragmentarisering tegen gaan. Ouders ervaren veilige plekken waar hun vragen alle ruimte krijgen. Kinderen genieten van de vertrouwdheid binnen de groep. Dat is heel wat meer dan een eenmalige cursus of belofte kan bieden.

Lees het artikel uit Trouw 20 oktober 2015

ds. Friso Mout (specialist geloofsvoeding) en Vincenza La Porta (programma-manager) Jong Protestant

Geloofsoverdracht aan kinderen is voor een meerderheid van de gemeenten (65%) een prioriteit. Dat blijkt ook uit het tevredenheids- en behoeftenonderzoek dat in mei 2015 door de dienstenorganisatie van de Protestantse Kerk is gehouden. Daarnaast geeft 55% van de respondenten aan dat verandering van het jeugdwerk gewenst is. Sterker nog: als een gemeente 2500 euro zou ontvangen voor gemeentewerk, zou 34% het besteden aan het jeugdwerk. Jong Protestant, helpt kerken hieraan vorm te geven.