Doorgaan naar hoofdinhoud subline-curl

Kerk als thuisplek voor kinderen en jongeren

Ruben stoort zich eraan dat hij in de kerk niet voor vol wordt aangezien. Hij voelt zich een tweederangs gemeentelid en krijgt weinig waardering voor wie hij is, wat hij gelooft en wat hij eventueel zou kunnen bijdragen. ‘Ik wil graag als volwaardig lid worden gezien, dat mensen me aanspreken, me serieus nemen en geïnteresseerd in me zijn.’ De kerk is in zijn optiek vooral van de oudere generaties, die weinig interesse tonen in wie hij is en wat hij kan.

Generaties in de Bijbel

De kerk als geloofsgemeenschap is bedoeld als plek waar mensen van alle generaties zich thuis weten. Dit zie je heel duidelijk terug in de Bijbel. In het Oude Testament zie je al dat zowel kinderen als ouderen taken krijgen. Denk maar aan Samuel die aan het volk, Gods boodschap moest overbrengen, maar die Gods stem niet herkende, zonder tip van de oude Eli. Denk ook aan de jonge David die de reus Goliath versloeg. Of aan het slavenmeisje dat Naäman de weg wees naar genezing. Kortom, niet alleen ouderen hebben een taak, maar juist ook kinderen en jongeren.

In het Nieuwe Testament komen we dit ook tegen. Jezus gebruikt kinderen als voorbeeld voor volwassenen. Het was een jongen die vijf broden en twee vissen aanreikte waarmee Jezus een hele menigte te eten gaf. En Johannes spreekt in zijn brief zowel de vaders, de jongeren als de kinderen aan. Door de hele Bijbel heen zien we dat kinderen en jongeren een volwaardige plek krijgen en worden ingeschakeld als gelovige.

Generaties in de kerk

In onze kerken is dit soms lastig. Vaak staat het jeugdwerk apart van de rest. Er is een kinder(neven)dienst, een tienerdienst, een kinderkerstfeest en op de gemeentedag een apart programma voor kinderen en tieners. Wanneer er iets voor kinderen georganiseerd wordt, wordt dat vooral vóór hen georganiseerd en minder mét hen.

Er is natuurlijk niks mis mee om kinderen en jongeren op hun eigen niveau te midden van leeftijdsgenootjes aan te spreken. Het is belangrijk dat kinderen en jongeren in de kerk anderen van hun leeftijd leren kennen en vriendschappen sluiten met hen.

Het is alleen niet wenselijk als kinderen in de kerk vrijwel niemand anders spreken dan leeftijdsgenootjes. Het is voor kinderen en jongeren juist ook waardevol als ze met andere gelovigen van diverse leeftijdsgroepen in gesprek gaan over wat geloven betekent in het dagelijks leven en dat ze de ouderen niet alleen kennen van de afkondiging over het ouderen-uitje. Evengoed is het voor ouderen ook van betekenis als ze met kinderen en jongeren samen spreken over geloven. 

Kerk als thuisplek

Op basis van onderzoek van Jong Protestant en ervaringen van plaatselijke kerken in binnen- en buitenland blijkt dat het voor kinderen en jongeren voor hun verbondenheid met de kerk als geloofsgemeenschap essentieel is dat:

  • ze worden gezien als gelijkwaardige en volwaardige gelovigen;
  • hun aanwezigheid zichtbaar invloed heeft op het geheel;
  • ze zich veilig weten zowel fysiek als emotioneel; 
  • hun talent wordt gezien en benut;
  • ze in betekenisvolle verbinding staan met andere generaties, waar sprake is van wederkerigheidsrelaties tussen de generaties;
  • zowel de kinderen en de jongeren als de andere generaties actief hun best doen om zich in te leven in elkaars leef- en belevingswereld (empathie).

Dat is de reden waarom juist deze zes kernwaarden samen het palet van ‘kerk als thuisplek voor kinderen en jongeren’ vormen.

1. Kinderen en jongeren worden gezien als gelijkwaardige en volwaardige gelovigen.

Door de doop worden in onze traditie alle kinderen en volwassenen die willen toetreden tot het christelijk geloof, opgenomen in de gemeente van Christus (de kerk). Daarmee worden zij gelijkwaardig aan elkaar als naamdragers van Christus en als broeders en zusters in het lichaam van Christus: de (kerkelijke) gemeente.

Enkele waardevolle passages in de Bijbel over de plek van het kind zijn: Genesis 17: 7: de plek binnen het verbond tussen God en de mensen ; Joël 2: 28 en Handelingen 2: 39: de toezegging van het verkrijgen van de Heilige Geest ; Markus 10: 14 het kind als een voorbeeld voor het toegang verkrijgen binnen het koninkrijk van God.

Zelfs als kinderen nog piepjong zijn, kan je met hen in gesprek (in contact zijn) over geloof. Je kunt met hen spreken over hun godsbeeld, hun beeld bij een bijbelverhaal, hun vragen over het doen en laten in de kerk of hun antwoorden op levensvragen zijn van waarde. Vaak laat de blik van een jeugdig iemand  een volwassene met nieuwe ogen kijken naar het voor hen bekende. Door je als volwassene open te stellen en te laten raken door de inzichten van kinderen en jongeren blijft je eigen perspectief levend en groeien.

Verder is het belangrijk om kinderen en jongeren binnen de gemeente niet te zien als een  object maar als subject dat zelf ontdekt en construeert.

2.  De aanwezigheid van kinderen en jongeren heeft zichtbaar invloed op het geheel.

Het is van belang om kinderen en jongeren uit te dagen en hen de gelegenheid te bieden dingen op te pakken die echt bijdragen en kleur geven aan de gemeente. Door kinderen en jongeren te gunnen dat ze hun eigen ideeën mogen uitwerken, en hen daarbij echt verantwoordelijkheid te geven, worden ze actief betrokken bij de hele gemeente. Het is van belang dat deze verantwoordelijkheid uitstijgt boven het niveau van ‘klusjes voor de kinderen’ of taken die anderen in de kerk niet willen doen.  Door ruimte en verantwoordelijkheid te geven, juist ook op beslismomenten, bouw je aan het (zelf)vertrouwen van kinderen en jongeren en investeer je niet alleen in de kerk van nu, maar ook in de kerk van de toekomst. Je kunt daarbij bijvoorbeeld denken aan kinderen betrekken bij het plan voor de verbouwing van de kerk, een beroepingscommissie, de kerkenraad of een jeugdraad. Hierbij is het wel belangrijk dat er aandacht is voor coaching en begeleiding omdat ze ook nog mogen leren deze verantwoordelijkheid te dragen.

3. De gemeente is een veilige plek voor kinderen en jongeren, zowel fysiek als emotioneel.

Of je nu jong bent of ouder, een gevoel van veiligheid is één van de pijlers voor een vaste basis onder je bestaan. Als kind/jongere moet je je volledig kunnen verlaten op je opvoeders en je omgeving. Geborgenheid is een wezenlijk onderdeel van samenleven. Veiligheid is afhankelijk van voorwaarden in de materiële sfeer (letterlijk een veilige plek waar je mag zijn en je prettig voelt) en in intermenselijke contacten (waarbij grenzen worden gerespecteerd en ruimte is voor diversiteit). 

De bejegening naar elkaar toe, de houding en verhoudingen rondom de gezagsverhouding, naar elkaar luisteren, respect voor elkaars mening hebben, afspraken maken en die nakomen, grenzen bepalen, elkaar helpen, etc.: dat alles hoort bij goed en veilig samenwerken. Ook binnen de geloofsgemeenschap mag er zeker verschil van mening zijn. Daarin is het enkel veilig als die meningen mogen worden geuit zonder schroom of voorbehoud, ongeacht of dat de mening van de meerderheid of oudere generatie is of van de minderheid, of jongere generatie.

4. Het talent van kinderen en jongeren wordt gezien en benut.

Het is belangrijk dat kinderen en jongeren de ruimte krijgen en ervaren om hun kwaliteiten te ontdekken, ontwikkelen en deze kunnen inzetten binnen de gemeente en daarbuiten. Kinderen en jongeren moeten niet gezien worden als ‘de consumenten’ van de activiteiten die door volwassenen zijn bedacht, maar ze zijn met hun talenten en inzet van betekenis binnen die activiteiten. Door het zien en benutten van het talent van kinderen en jongeren voor activiteiten en rollen in de gemeente kunnen zij groeien in leiderschap, raken ze betrokken en dragen verantwoordelijkheid.

5. Kinderen en jongeren staan in betekenisvolle verbinding met andere generaties en in die verbinding is sprake van wederkerigheidsrelaties tussen de generaties.

Generatiebewustzijn is het besef dat iedere generatie bestaat - en alleen kán bestaan - te midden van andere generaties. Jong en oud staan op elkaars schouders. Dit besef heeft een grote verbindende kracht. We staan allemaal ergens op de doorgaande lijn, het grotere, historische verhaal van opeenvolgende generaties.

Als mensen van verschillende generaties met elkaar in gesprek gaan, ontstaat een doorleefd inzicht in hoe ieder mens is gevormd door de tijdgeest. Zo’n gesprek genereert begrip en respect voor elkaar. Omdat generaties verschillend in het leven staan en verschillende dingen hebben geleerd, kunnen zij bovendien iets voor elkaar betekenen. Intergenerationele activiteiten maken verschillen tussen generaties productief en helpen om zicht te krijgen op de gemeenschappelijke belangen, ook binnen de kerk.

Deelnemers aan intergenerationele activiteiten hebben plezier in de ontmoeting met andere generaties. Zij merken dat het contact hen iets waardevols oplevert en ontdekken ook hun ‘toegevoegde waarde’ ten opzichte van andere generaties.

6. Zowel de kinderen en jongeren als de andere generaties binnen de gemeente doen actief hun best om zich in te leven  in elkaars leef- en belevingswereld: 

Kinderen en jongeren zijn op zoek naar- en willen graag onderdeel zijn van- plekken waar ze zich geliefd, gezien en geaccepteerd weten. Een plek waar ze inlevende en meevoelende volwassenen rondom zich hebben. Volwassenen die zich willen toewijden om de wereld van de kinderen en jongeren te begrijpen. Volwassenen die geïnteresseerd zijn in hoe kinderen en jongeren naar de wereld kijken, wat hun behoeften zijn en welke (levens)vragen ze hebben. De gemeente is een plek waar zowel de kinderen en jongeren als de volwassenen zich willen verplaatsen in elkaars leven, in plaats van elkaars leefwereld te veroordelen. Dit is niet hetzelfde als alles goed vinden of overnemen. Liefde geeft ook ruimte voor feedback en confrontatie, zodat kinderen en jongeren, alsook de volwassenen uitgedaagd worden om te groeien in geloof.

Omslag in denken en handelen

Het thema ‘kerk als thuisplek voor kinderen en jongeren’ vraagt om een omslag in denken en handelen voor hoe je als gemeente omgaat met de verbinding tussen de verschillende generaties. 

Doelbewust bouwen aan een dergelijke cultuur is iets van de lange adem en vraagt telkens opnieuw om bewuste keuzes, om de ingezette koers regelmatig te spiegelen, het goede te behouden en dingen aan te scherpen waar nodig.

Tegelijkertijd is het goed om je hierbij te bedenken dat dit veranderen in denken en handelen niet gelijk heel groot hoeft te worden aangepakt. Begin vooral bij iets wat zich goed leent om op te pakken, iets wat zonder al te veel overleg zo vorm gegeven kan worden. Bijvoorbeeld de organisatie van een gemeentedag: Betrek de kinderen en tieners vanaf het begin bij de voorbereiding zodat hun ideeën ook daadwerkelijk een plek krijgen binnen het geheel. En organiseer op deze gemeentedag dan eens geen apart programma voor kinderen en tieners, maar organiseer het programma zo dat iedereen van elke generatie op zijn of haar manier mee kan doen. Een stapje verder is dat je nadenkt over hoe kinderen en jongeren structureel een rol kunnen krijgen in de beslismomenten van de gemeente.

Als je ontdekt dat het met bepaalde kernwaarden al goed lukt probeer dan ook aandacht te geven aan de kernwaarden die nog wat achterblijven binnen het geheel van de kerk. Zo wordt de gemeente meer en meer een ‘thuisplek’ voor kinderen en jongeren, maar ook voor de andere generaties.

Quickscan

Ben je benieuwd in hoeverre jouw kerk op dit moment een thuisplek is voor kinderen en jongeren? Doe dan de GRATIS quickscan. De quickscan geeft je op een snelle en gemakkelijke manier inzicht waar je als gemeente nu staat als het om dit thema gaat. De eindscore van je scan is een mooi startpunt voor een goed gesprek binnen je gemeente, werkgroep of kerkenraad. Je ontvangt de uitslag direct per mail. 

Start de quickscan >