Doorgaan naar hoofdinhoud subline-curl

Kerk-zijn voor gezinnen tijdens de coronacrisis

In oktober kopte de NOS: ‘Kinderen somberder en angstiger door coronacrisis’. Psychische klachten onder kinderen en jongeren nemen toe en steeds meer kinderen kloppen aan bij organisaties als de Kindertelefoon met angstgevoelens.

Die gevoelens zijn logisch. Niemand weet hoelang deze crisis gaat duren, of wat de gevolgen precies zijn als je ziek wordt. Veel van onze vrijheden zijn ingeperkt. Maar niet alleen dat: steeds meer kinderen en jongeren ervaren aan den lijve de gevolgen voor hun dagelijks leven, bij hen thuis. Ze worden zelf ziek of moeten in quarantaine. Ze zien stress bij hun ouders die de hele dag thuiswerken in een druk gezin, zich zorgen maken om hun baan of inkomsten of werkzaam zijn in de zorg. Kinderen en jongeren weten niet goed hoe ze hiermee om moeten gaan. Bij steeds meer gezinnen is er spanning merkbaar. Het is niet ondenkbaar dat dit probleem de komende tijd groter zal worden. 

Als kerk hebben we de taak kinderen, jongeren én hun ouders een thuisplek te bieden. Dat betekent dat je een plek bent waar ze veiligheid ervaren, waar ze ervaren dat hun angsten en vragen er mogen zijn. Maar hoe doe je dat als je deze gezinnen op zondagmorgen niet meer ontmoet in de kerkdienst of een fysieke ontmoeting zoals een geloofsopvoedingskring of Kerk-op-schoot bijeenkomst? Hoe ben je als kerk er voor gezinnen in nood tijdens de coronacrisis? 

In de eerste plaats is het belangrijk dat kerken erkennen dat dit een zware periode is. Dit geldt voor iedereen. Niet alleen voor eenzame ouderen in de gemeente, maar ook voor mensen die midden in het leven staan. Ook voor gezinnen, kinderen en jongeren duurt deze tijd van aanpassingen en uitdagingen langer dan goed is. Maak dit bespreekbaar in je gemeente en bedenk wat je als kerk in deze situatie voor gezinnen, kinderen en jongeren kunt betekenen. Een aantal tips: 

1. Houd contact met de gezinnen

Investeer in manieren om contact te houden met gezinnen, bijvoorbeeld door telefoongesprekken, online ontmoetingsmomenten, of - als de omstandigheden dat toelaten - bezoeken aan huis. Problematiseer niet, maar vraag juist wat ouders nodig hebben en speel op die behoeften in. Wellicht zijn er gezinnen waarbij de diaconie mee kan kijken omdat de ouders zzp'er zijn. Misschien zijn er ouders die behoefte hebben aan het online koffiedrinken met andere ouders of zijn er gezinnen in quarantaine waarvoor iemand boodschappen kan doen. Blijf dicht bij de behoeften van ouders en vraag daar specifiek naar. Misschien is een enkel kaartje genoeg om even te laten weten dat er aan hen wordt gedacht!

2. Neem je (jeugd)pastoraat onder de loep

Welk pastoraat is er al in je gemeente? Wat is er nu (nog meer) nodig, juist voor deze doelgroep en hoe zou je dat kunnen organiseren? Betrek ook de kerkenraad bij deze vraag. Hoe belangrijk vinden we het dat pastoraat er is? Zijn er voldoende mensen toegerust om dit werk te kunnen doen? Het is de moeite waard om het gesprek hierover aan te gaan. Hebben jongeren en kinderen je hart, zoek dan anderen in de gemeente om bij deze vragen stil te staan.

3. Zet in op relationeel jeugdwerk

Geef de kinder- en tienerleiders extra instructies: hoe kun je er zijn voor kinderen en jongeren, ook als je jeugdwerk online plaatsvindt? Zorg dat de coronacrisis op een luchtige manier bespreekbaar wordt gemaakt, zodat kinderen en tieners hun gedachten en gevoelens kunnen delen. Sommige kinderen hebben misschien de behoefte om iets praktisch te doen voor bijvoorbeeld zieke gemeenteleden of vinden het fijn om te bidden voor hen. Tieners hebben wellicht de behoefte om te delen wat zij ervaren in deze crisis. Het kan goed zijn om de komende tijd minder gericht te zijn op ‘zenden’ of overdracht, en meer gericht te zijn op luisteren en aandacht voor je kinderen en tieners, zodat je kunt aansluiten bij wat er leeft. Wees ook zelf een plek waar het goed is. een plek waar mensen hun verhaal kunnen delen, waar emoties er mogen zijn, waar ze gezien worden