Doorgaan naar hoofdinhoud subline-curl

'We mogen ons best wat meer met elkaar bemoeien in de kerk'

'It takes a village to raise a child', luidt een Afrikaans spreekwoord. Het betekent dat de hele gemeenschap moet samenwerken om een kind veilig te laten opgroeien. Hetzelfde geldt voor de kerk, vinden Vincenza La Porta en Saskia de Graaf van Jong Protestant.

Robin (18): "Op school en bij mijn sportvereniging kom ik weinig in contact met ouderen. De enige plek waar ik in contact kom met ouderen, is de kerk."

Vincenza, manager bij Jong Protestant:  “We hebben de samenleving ingedeeld in leeftijdsgroepen. Dit leeftijdsgebonden denken is helaas ook doorgedrongen tot de kerk. Juist het feit dat jong en oud er elkaar ontmoeten, maakt de kerk tot zo’n waardevolle plek. Als het jeugdwerk een eilandje binnen een kerk wordt, verlies je jongeren die zich niet meer betrokken voelen bij de kerk als geheel. Oud en jong horen bij elkaar en het is heilzaam voor alle generaties om daarmee te oefenen. Het resultaat is dat jongeren zich gezien voelen en dat ze meer oog gaan hebben voor ouderen.”
 

‘Je bent als kerk pas een lichaam wanneer alle generaties met elkaar verbonden zijn’


Saskia, specialist Geloofsopvoeding bij Jong Protestant: “Soms lijkt de kerk wel op het hoofd van Mickey Mouse: het jeugdwerk is een groot oor dat los lijkt te staan van de rest. Natuurlijk is het voor de onderlinge verbinding nodig dat kinderen elkaar ontmoeten, zij hebben vrienden nodig. Een geestelijk huisgezin, waarin ouderen en jongeren samenwonen, is echter óók onmisbaar. Bij Jong Protestant willen we het jeugdwerk verbinden met de generaties. We zijn nu bezig met een nieuwe catechesemethode die veel meer uitgaat van die verbinding; een methode waarbij tieners thuis in gesprek gaan met hun ouders over wat ze op catechisatie leren.”

Vincenza: "In de Bijbel gaat het vaak over generaties en de rol van het volk. Gaat het met jou niet goed, heb je geen kracht meer om te bidden, dan neemt de gemeenschap dat gebed van je over."

Vincenza: “Het verhaal van Samuel vind ik prachtig. Hij had Gods stem niet gehoord. Eli, de oude priester, moest hem wakker schudden. Een klein meisje wijst de oude Naäman de weg naar Israël. Maria gaat naar haar oude tante Elizabet, omdat ze bemoediging nodig heeft. De jonge koning Josia vindt de wetsrollen terug, waardoor het hele volk tot inkeer komt. Lees Deuteronomium 6 maar eens … De bijbel staat vol met verhalen over generaties die elkaar versterken.”

'Een christelijke opvoeding is de opvoeding van hoop'


Saskia: “Gemeenten en kerkenraden schrikken vaak wanneer ze ontdekken hoe bijbels het is om generaties bij elkaar te laten in plaats van uit elkaar te trekken. Psalm 78 inspireert mij enorm. Daarin wordt beschreven hoe generaties het Woord van God aan elkaar doorgeven. Het gaat om Gods grote daden. Daarover kunnen ouderen veel vertellen aan jongeren.”

“De oudere generatie voelt vaak een belemmering om openhartig te zijn over haar persoonlijke geloof. Laatst heb ik in een gemeente op de Veluwe 60-plussers en kinderen samen aan het werk gezet. Doordat kinderen heel directe vragen stelden, moesten de ouderen wel vertellen. Ze werden uit hun tent gelokt, ook voor hen is het heilzaam om kinderen te ontmoeten. We zien gelukkig steeds meer opa’s en oma’s bij kliederkerken en bij gespreksavonden over opvoeding in de kerk. Daar delen ze ook hun jarenlange ervaring. Ik denk dat je als kerk pas een lichaam bent wanneer alle generaties met elkaar verbonden zijn. In de kerk hebben we het grondbeginsel dat je niet zonder elkaar kunt. Je bent niet alleen de generatie die doorgeeft, maar ook de generatie die ontvangt. Die wederzijdsheid, dat is de kracht van de kerk.”

Wat vele malen belangrijker is dan moderne snufjes in de dienst: dat je een ‘warme gemeenschap’ bent waar oog is voor elkaar. Waar je gezien wordt. Stimuleer daarom een cultuur van warmte en onderlinge verbinding in je gemeente.

Vincenza: “Dat drumstel is misschien wel een stiekeme wens van de ouders. Zij wilden vroeger een bandje in de kerk en denken dat hun kinderen dat nu ook graag willen. Dat is een grote valkuil. Als je het de jongeren zelf vraagt, willen ze wezenlijk contact. Ze willen met je praten over wat het geloof voor jou betekent, maar tijdens tienerbijeenkomsten horen ze vooral dat ze waardevol zijn en geliefd. We denken immers dat tieners worstelen met hun zelfbeeld. Ik merk juist dat ze het moeilijk hebben met zonde; ze hebben vragen over het onrecht in de wereld en over Gods leiding in hun leven. Veel tieners die ik spreek, zeggen dat ze dit soort vragen wel met opa en oma kunnen bespreken, maar niet met hun ouders.”

“In onze kerk is altijd reuring, veel muziek en veel actie voor jongeren. Onze dochter houdt daarvan. Gelukkig heeft ze gelijkgestemden om zich heen, met wie ze naar de EO-Jongerendag gaat. Onze zoon heeft er veel minder mee. Ik heb hem gestimuleerd om met een reis, georganiseerd door zijn middelbare school, naar Taizé te gaan. Hij kwam terug als een ander mens. ‘Eindelijk begrijp ik iets van de Heilige Geest’, zei hij. Ga met je kind op ontdekkingstocht: welke taal voedt zijn ziel? Stimuleer je kinderen om eens iets anders te proberen. Als je weet hoe de ziel van je kind wordt gevoed, kun je daarbij aansluiten met je geloofsopvoeding.”

Ruimte geven


“Door ons werk moeten Vincenza en ik alle kanten op kijken en verschillende manieren van geloofsbeleving ervaren. Ik zou het mooi vinden als ouders die ruimte ook geven aan hun kinderen. Dat ze proberen om buiten hun eigen methodes, hun eigen verwachtingen te denken, omdat God niet in ons hokje past. Ruimte geven betekent dat je je kinderen in vertrouwen loslaat. Een oudere dame in de gemeente vergeleek het met zaaien. Je zaait een boontje en elke dag wil je even kijken of er al iets boven de grond uit komt; of je schuift een beetje aarde opzij om te zien of er al worteltjes zijn. ‘Dat doe jij met je kinderen,’ zei ze, ‘maar daarmee rem je juist de groei. Je moet het rustig laten zitten, in het donker.’ Veel ouders willen zo intens graag bewerkstelligen dat hun kinderen gelovig worden, dat het iets hijgerigs krijgt. Wij brengen ons kind in de kerk, maar het is ook een zaak tussen God en het kind. Je hoeft dus niet bij alles wat speelt, in de stress te schieten of bang te worden dat het nu afgelopen is met het geloof van je kind. ‘Een christelijke opvoeding is de opvoeding van de hoop’, zei iemand ooit tegen me.”

Vincenza: “Tegen mijn kinderen zeg ik bewust: ‘Als je stopt met geloven, dan blijf je mijn kind.’ Dat vind ik passen bij opvoeden, zeker als ze ongeveer 16 of 17 jaar oud zijn. Dit is de fase waarin kinderen mogen experimenteren en zoeken naar een plek waar ze thuis zijn. Ik heb veel geleerd van een oudere vrouw van mijn bijbelkring. Er kwam ook een moment dat ze heel ziek was en tegen ons zei: ‘Ik kan niet meer bidden. Ik loop vast, maar ik geloof dat jullie wel voor mij bidden.’ Ik vond het fijn dat ik toen iets voor haar kon betekenen. Zelf ben ik verbaasd over hoeveel ik op mijn beurt weer door kan geven aan jongere vrouwen. Ik vertel nu dingen aan moeders, die ik zelf had willen horen toen ik jong was. We mogen ons best wat meer met elkaar bemoeien. Ik geloof dat we in de gemeente gezinnen veel meer aan elkaar moeten koppelen. Het is maar een korte periode in je leven dat je je kinderen opvoedt. De kerk is een fijne en veilige oefenplaats om elkaar daarmee te helpen.”

Dit artikel verscheen in het april/meinummer van Jente. Wil je een abonnement op Jente, dan ontvang je nu de gratis uitgave 'Groen op hakken'

Ja, ik wil graag een abonnement op Jente

Lees ook: 'Ik wil geen beamer in de kerk maar iemand die vraagt hoe het gaat'

Tekst: Jacomine Oosterhoff