Doorgaan naar hoofdinhoud subline-curl

Babel en Pinksteren

Bij de torenbouw van Babel begrijpen mensen elkaars taal niet meer. Tijdens Pinksteren verstaan mensen elkaar opnieuw. Je vindt hier verschillende ideeën om hiermee aan de slag te gaan: het fluisterspel, een raadspel, kerken-ruil en ballonnen oplaten.

De torenbouw van Babel en het bijbelse pinksterfeest hebben veel met elkaar te maken. In beide verhalen speelt taal een rol: spraakverwarring en effectieve communicatie staan tegenover elkaar, én verbindt de twee verhalen. Deze uitleg biedt volop aanknopingspunten voor werkvormen en programma's.  

Een Babylonische spraakverwarring, dat kan het gevolg zijn als mensen niet meer luisteren naar God, maar vol eigendunk voor zichzelf aan de gang gaan. Dat lees je in het verhaal van de toren van Babel in Genesis 11. Door het bouwen van de toren willen ze beroemd worden en voorkomen dat ze verspreid raken over de aarde. God grijpt in en verwart hun taal. Conclusie: als mensen vol zijn van zichzelf, begrijpen ze elkaar en God niet meer.

Verwarde en ontwarde taal
De mensen die daarentegen wel gericht zijn op God, vol zijn van Hem, zullen ook meer op elkaar gericht zijn en elkaar eerder begrijpen. Ze hebben gemeenschappelijke uitgangspunten en zetten niet hun eigen ego voorop. Op deze manier is het pinksterverhaal in Handelingen 2 te begrijpen. Het pinksterverhaal kun je opvatten als het tegengestelde van het verhaal over de toren van Babel. Daar waar in Genesis 11 de taal wordt verward, blijkt dat de mensen die naar Petrus' toespraak luisteren het allemaal feilloos kunnen volgen, ondanks hun verschillen in taal en nationaliteit. De in Babel verwarde taal wordt weer ontward. Wie vol is van God en niet van zichzelf, geeft ruimte aan Gods Geest, richt zich vervolgens meer op anderen en leert elkaar zo verstaan.

Extra info
Het verhaal van Babel staat in Genesis 11:1-9, het pinksterverhaal in Handelingen 2:1-13 (toespraak van Petrus: Handelingen 2:14-45)

In de spiegelverhalen-jongerenbijbel Beeldspraak kom je het pinksterverhaal tegen in het hoofdstuk ‘Handelingen / Activiteiten van de Zoosjetijd'. Beeldspraak, de bijbel naverteld voor jonge mensen', uitgeverij Narratio, ISBN 90 5263 920 5, € 19,50.  

Hieronder staan een aantal mogelijke werkvormen beschreven die je kunt gebruiken in vieringen, diensten, clubs en andere bijeenkomsten met jongeren. Kies zelf enkele werkvormen en ontwikkel zo je eigen ‘spraakmakende' Babel- of pinksterprogramma.

DOEN: (F)LUISTERSPEL

Doel: ervaren dat elkaar verstaan en begrijpen niet vanzelfsprekend is
Aantal deelnemers: tenminste vijf
Tijd: 5 minuten

Spelbeschrijving
De spelers zitten in een kring. De spelleider fluistert iemand een woord of zin in. Deze speler fluistert dit (of wat hij dacht te horen) door aan zijn rechter buurman/vrouw. Dit gaat zo door tot het woord of de zin de kring rond is. Dan wordt gekeken wat was genoemd en wat er is uitgekomen.

Tips:
-
Gebruik woorden/zinnen die met de bijbelverhalen te maken hebben, zoals ‘In Babel wordt onzin gebabbeld', ‘Pinksterfeest een talenfeest', ‘Hoe groter het ego, hoe slechter het gehoor'.
- Gebruik woorden/zinnen uit bijvoorbeeld het Engels, Duits of Frans.
- Gebruik als extra hindernis voor de verstaanbaarheid op de achtergrond muziek of geluid.

DOEN: BABBELONIË

Doel: spraakverwarring en begrip ervaren
Aantal: tenminste zes deelnemers en een spelleider
Tijd: per ‘woord' ca. 10 minuten; nodig: woorden op briefjes en bijbehorende voorwerpen/tekeningen

Geïnspireerd op een bekende tv-quiz uit de jaren zeventig en tachtig, en vergelijkbaar met de quiz ‘Wie ben ik?'

Spelbeschrijving
In ‘Babbelonië' nemen twee teams het tegen elkaar op. Voor elk team is telkens een woord beschikbaar dat alleen het andere team te lezen krijgt. Het duidt een ding, naam, persoon of dier aan. Het team moet dat raden aan de hand van cryptische aanwijzingen, voorwerpen en antwoorden op vragen die ze de tegenpartij stelt. Na iedere ronde neemt het aantal te behalen punten af. Als het woord is geraden of er 0 punten over zijn, wisselen de teams van rol.

- crypto ronde (1 minuut, 5 punten). De tegenpartij verzint een cryptische omschrijving van het woord; één minuut mag het team raden wie of wat zij is.
- ja/nee ronde: (1 minuut, 4 punten). Het team stelt de tegenpartij vragen over het woord, die alleen met ja of nee beantwoord mogen worden. Na die minuut mogen ze 1 keer raden.
- voorwerp ronde, 1 minuut, 3 punten). De spelleider laat de tegenpartij een voorwerp of tekening tonen. Dit dient als aanwijzing. De tegenpartij licht nog een (cryptisch) tipje van de sluier op.
- warm/koud ronde (3 minuten, per verstreken minuut 1 punt minder). Het team mag een vragenspervuur uitstrooien over de tegenpartij, die met de woorden ‘warm' of ‘koud' aangeeft of ze in de goede richting zoeken. Na 3 minuten zijn er nul punten over, en vertelt de tegenpartij het juiste woord. 

DOEN: KERK-RUIL
Doel: kennismaking en begrip van andere christenen en kerken
Aantal: kan variëren, wel graag tweetallen
Tijd: duur van een kerkdienst

Activiteitbeschrijving
Net als bij het tv-programma puberruil worden twee jongeren uitgewisseld om kennis te maken met elkaars omgeving. In dit geval elkaars kerkelijke omgeving. Leg contact met een andere kerk, liefst van een ander kerkgenootschap en/of nationaliteit of taal. Koppel jongeren uit je eigen kerk één op één aan jongeren uit die andere kerk. Ze gaan elkaars kerkdiensten bezoeken, liefst tegelijktijdig. Op een moment na het bezoek wordt verslag gedaan in de eigen groep.

Tips:
-
Geef observatieopdrachten mee, bijvoorbeeld: Wat lijkt op je eigen kerk en wat juist niet? Wat valt je op aan de mensen in die andere kerk? Wat valt je op aan de mensen die de dienst/viering ‘maken'? Hoe vind je de muziek? Wat vind je gek? Wat kan jouw eigen kerk leren van die andere?
- Via bijvoorbeeld het Kerkhuis in Amsterdam-Zuidoost kun je in contact komen met migrantenkerken. 
- Beleg een gezamenlijke bijeenkomst waarbij de jongeren uit de twee kerken aan elkaars groep hun bevindingen uitleggen.
- Vertel over de bevindingen in het kerkblad of op jullie website (weblog).

DOEN: WIND-ADEM-GEEST

Doel: door middel van een ritueel Pinksteren ervaren.
Aantal: kan variëren
Tijd: 10 minuten
Nodig: ballonnen, heliumfles, eventueel kaartjes en touwtjes.

Uitleg
Het Hebreeuwse woord ruach en het Griekse woord pneuma kunnen met drie woorden vertaald worden: wind, adem, geest. Als Gods Geest over de wateren zweeft in Genesis 1, is het tegelijkertijd zijn adem, Zijn wind. Datzelfde geldt voor de Geest die op Pinksteren wordt uitgestort. Niet voor niets gaat het samen met het geluid als van een hevige windvlaag.

Activiteitbeschrijving
Zorg vooraf voor voldoende ballonnen, gevuld met helium. Lees Handelingen 2:1-13 en gebruik bovenstaande uitleg als toelichting. Geef iedereen een kaartje en daarbij de vraag om een (pinkster)wens op te schrijven. Maak de kaartjes vast aan de ballonnen. Zing het lied ‘Heer ik kom tot u' (Opwekking 488, Evangelische Liedbundel 226), waar in het refrein ‘wind' en ‘geest' aan bod komen.

Buitengekomen laat je de ballonnen gezamenlijk de lucht in gaan: op symbolische wijze laat je de mensheid delen met jullie pinksterfeest. Gods adem, de wind, draagt jullie boodschap verder de wereld in.