Doorgaan naar hoofdinhoud subline-curl

Hoe tolerant ben jij?

Je gaat testen hoe tolerant je bent en hierna met elkaar over spreken. Het belangrijk om zaken als rascime en haat te bespreken. Deze werkvorm nodigt uit om op een goeie manier hier over te praten.

 

Tolerantietest 15 jaar en ouder
Doelstelling: de deelnemers verdiepen zich in maatschappelijke dilemma's, maken een keuze uit drie mogelijke oplossingen en ontvangen commentaar op hun score. Deze test is ontwikkeld door Stichting Vredeseducatie, www.vredeseducatie.nl

1. Drie politiemensen arresteren op handhandige wijze jouw buurman omdat hij illegaal in ons land verblijft. Wat vind je daarvan?
A. Ik ben blij dat Nederland wordt gezuiverd van illegalen.
B. Als mijn buurman zich niet aan de wet houdt, moet hij daar desnoods met geweld aan herinnerd worden.
C. Ik word kwaad, ga naar de politie toe en vraag of ze willen stoppen.

2. Maak de volgende zin af: racistische uitspraken moeten...
A. ....kunnen in een samenleving waar vrijheid van meningsuiting belangrijk is
B  .... met geweld bestreden worden
C  .... met tegenargumenten bestreden worden.

3. Mag jouw Duitse vriendin met je mee naar de dodenherdenking op 4 mei?
A. Ja, omdat herdenken zonder verzoening onmogelijk is.
B. Nee, want de dodenherdenking mag niet door Duitsers bijgewoond worden.
C. Ja, maar ik wil niet dat anderen merken dat zij uit Duitsland komt.

4. Het discriminatieverbod in Artikel 1 van de Grondwet wordt afgeschaft. Goed idee?
A. Ja, de opvatting dat iedereen gelijk is, stond mij toch al niet aan.
B. Een slecht idee, dat de democratie verzwakt.
C. Ja, als het maar democratisch wordt besloten.

5. Positieve discriminatie om bepaalde groepen'mensen meer kansen te bieden, is goede zaak.
A. Mee eens. Soms moeten mensen voorgetrokken worden.
B. Oneens, want mijn kansen worden daardoor verminderd.
C. Oneens. Mensen moeten op hun vakkennis en deskundigheid beoordeeld worden.

6. Je hoort dat een homoseksuele zangleraar van een jongenskoor alleen vanwege zijn seksuele geaardheid ontslagen wordt. Wat vind je daarvan?
A. en onterechte beslissing, gebaseerd op vooroordelen.
B. Raar dat niemand daartegen geprotesteerd heeft.
C. Een goede beslissing, want iemand die homoseksueel is kan niet goed les geven aan een jongenskoor.

7. Op de joodse begraafplaats in Den Haag zijn enkele grafstenen met hakenkruizen beklad. Wat vind je hiervan?
A. Ik heb een ontzettende hekel aan graffiti.
B. Het doet me niet zoveel. Je hebt nu eenmaal van die jongetjes die willen opvallen.
C. Ik vind het afschuwelijk. Ik zou dezelfde dag nog meelopen in een protestdemonstratie tegen racisme.

8. Een imam noemt in zijn preek in de moskee homoseksuelen minder dan varkens. Ook is hij van mening dat mannen hun vrouwen mogen slaan.
A. Een achterlijke opvatting maar vrijheid van meningsuiting vind ik heel belangrijk.
B. Deze uitspraken zouden verboden moeten worden in ons land.
C. Ik ben het eigenlijk wel eens met de imam.

9. Khalid is van Marokkaanse afkomst. Hij heeft een klacht ingediend bij het Anti Discriminatie Bureau omdat hij in het warenhuis altijd in de gaten gehouden wordt door beveiligingsmensen.
A. Het is niet leuk voor hem maar ik kan dat geen discriminatie noemen.
B. Jammer voor hem, maar Marokkaanse jongens zijn nu eenmaal geen lieverdjes.
C. Ik ben het met de klacht van Khalid eens.

10. Een eigenaar van een slijterij heeft voor zijn winkelruit een bordje geplaatst met de tekst 'Wij laten één asielzoeker per keer binnen'. Wat vind je daarvan?
A. Ik kan het wel begrijpen. De winkelier heeft blijkbaar meegemaakt dat asielzoekers stelen.
B. Het is niet eerlijk en ook verboden om asielzoekers te discrimineren.
C. Het maakt me niet uit, in sommige supermarkten mogen ook geen groepjes jongeren naar binnen.

11. Een Irakese man in de buurt wordt voortdurend lastig gevallen door een groep jongens.
A. Ik geef het aan bij Anti Discriminatie Bureau.
B. Het zou kunnen dat de man het er zelf naar gemaakt heeft.
C. Laat hij teruggaan naar zijn eigen land. Nederland is vol.

12. Een uitzendbureau is veroordeeld tot discriminatie. Voor bepaalde bedrijven had zij op de vacatures de letters BB vermeld. BB betekent blond haar en blauwe ogen.
A. Voor bepaalde banen zijn buitenlanders niet geschikt
B. Ik vind het terecht dat het uitzendbureau is veroordeeld tot discriminatie.
C. Er is werk genoeg, dus waarover zeuren we eigenlijk.

13. Om te integreren moeten buitenlanders de Nederlandse taal en gewoonten leren en verplicht deelnemen aan een inburgeringcursus.
A. Dat is een goed idee, anders kunnen ze geen Nederlander worden.
B. Het werkt niet wanneer je het verplicht.
C. Ik vind het niet nodig.

14. Er moeten meer grenscontroles komen in Nederland om het aantal vluchtelingen te verlagen.
A. Nee, wanneer mensen vervolgd worden om hun levensovertuiging, zijn ze welkom in Nederland.
B. Prima. Nederland kan niet meer vluchtelingen aan. Het is hier vol.
C. Het is onmogelijk om de grenzen volledig te controleren.

15. Bij een voetbalwedstrijd Feyenoord - Ajax zijn er spreekkoren die 'Hamas, Hamas, joden aan het gas' roepen.
A. Laat ze maar roepen. Voor hen heeft deze leus niets te maken met wat er in de Tweede Wereldoorlog is gebeurd.
B. Geen aandacht aan schenken. Ook niet op televisie.
C. De wedstrijd moet worden gestaakt en zonder publiek worden overgespeeld.

Vraag   A          B          C
1          0          5          10
2          5          0          10
3          10        0          5
4          0          10        5
5          10        0          5
6          10        5          0
7          5          0          10
8          5          10        0
9          5          0          10
10        0          10        5
11        10        5          0
12        0          10        5
13        10        5          0
14        10        0          5
15        0          5          10

0-50 punten
De lage score kan betekenen dat je het moeilijk vindt om begrip op te brengen voor de opvattingen en het gedrag van anderen. Bedenk dat tolerantie niet betekent dat je het met de ander eens moet zijn. Je kunt het helemaal oneens zijn met iemand en hem of haar toch respecteren

51-100 punten
Jij bent iemand die zich meestal goed kan inleven in andere mensen. Je bent een afweger. Aan de ene kant dit, aan de andere kant dat. Ten aanzien van tolerantie is dat een prima eigenschap. Want het hangt altijd af v an de situatie. En ook van de ander. Je kijkt er op je eigen manier tegenaan.

101-150 punten
Je bent een echte tolerantiekampioen! Je moet wel in de gaten houden dat een hoge score op deze test maar een momentopname is. Niemand is altijd en overal tolerant. Ook toleraniekampioenen zijn soms gruwelijk irritant en ontzettend onverdraagzaam.

Scores vergelijken
Pas nadat de scores zijn vastgesteld en de toelichting bij de scores zijn verwerkt, worden de vragen en antwoorden besproken. De testvragen, inclusief de eigen en andere scores, kunnen nog een keer doorgelopen worden. Tevens kunnen de eigen scores vergeleken worden met de scores van de anderen.

 

Groepsgesprek

Stimuleer de deelnemers om in een gesprek met elkaar de grenzen van de tolerantie te verkennen. De scores geven geen objectief beeld van wat moreel goed, beter of het beste is. Daarom zijn alle opmerkingen en antwoorden van deelnemers welkom. Ook de opvatting dat sommige vragen onzinnig zijn, is welkom. De deelnemers kunnen het oneens zijn met de scoretoekenning van de test en de toelichtingen. Bijvoorbeeld door het aandragen van argumenten waardoor de grenzen anders komen te liggen.

De uitersten
De begeleider kan, nadat de scores zijn vastgesteld, de deelnemers met de hoogste en de laagste scores om toelichting vragen. Er kan eerst worden vastgesteld of zij zichzelf vooraf juist ingeschat hebben. Vervolgens kunnen een of meer vragen nader bekeken worden.

Wellicht dat de twee uitersten, naarmate de situatie concreter wordt, dichter bij elkaar komen. Het hangt immers af van de interpretatie van de vraagstelling en de eigen ervaringen. Hier is ook enige relativering op zijn plaats omdat het hier niet gaat om een wetenschappelijk onderzoek.

Normen en waarden
Probeer al pratend vast te stellen dat tolerantie niet betekent dat je het eens bent met de normen en waarden van de ander. Mensen kunnen leren respect voor anderen te hebben, zonder zich met hen te vereenzelvigen. Maar ook daar zijn grenzen aan. Concludeer dat tolerantie in z'n algemeenheid niet bestaat maar dat het altijd gekoppeld is aan omstandigheden als tijd, plaats en humeur.  

Scoretoekenning
Laat de deelnemers commentaar geven op de scoretoekenning. In de praktijk zal blijken dat er niet eenduidig over wordt gedacht. Waar de een 10 punten toe zal kennen, kent de ander 0 punten toe. Het gesprek zal ongetwijfeld gaan over de vraag of het toestaan van intolerantie, verdraagzaam is. Betrek in het gesprek als het zinvol is begrippen als vrijheid van meningsuiting en discriminatie.  

Zelf een test maken
Het is boeiend en leerzaam om met de  deelnemers als verwerking een eigen test te maken. Jongeren ervaren dan zelf hoe 'ingewikkeld' het is om een situatie van tolerantie te formuleren en van scores te voorzien. Deze activiteit leent zich goed voor een thuisopdracht. Individueel of in tweetallen maken de deelnemers een vraag met drie antwoordmogelijkheden met de scores , 5 en 10. Vervolgens wordt met deze vragen een nieuwe test samengesteld, ingevuld en besproken. De test leent zich wellicht ook voor publicatie in de school-, kerk- of buurtkrant.