Doorgaan naar hoofdinhoud subline-curl

Denkstof 'Is de Bijbel 98% waar?'

Is de Bijbel echt het woord van God? Of is het woord van God in de Bijbel? Moet je de Bijbel ‘van kaft tot kaft’ geloven en is dus alles letterlijk door God geïnspireerd? Geldt dat voor het grootste deel ervan, 98% ongeveer? Of moet je de Bijbel zien als een boek vol mooie, inspirerende verhalen, door mensen opgeschreven? Mag je eruit halen wat voor jou goed werkt, waar jij inspiratie uit haalt en kun je de rest dan laten zitten?

Je hoort vaak twee visies als het gaat over de ‘waarheid’ van de bijbel. Het zijn twee uitersten. Zwart-wit gezegd: de een neemt alles letterlijk, de ander alles figuurlijk. In deze werkvorm ga je met de jongeren aan de slag met de bijbel en gaan jullie met elkaar nadenken over hoe je de bijbel nou moet lezen. 

Doel

  • De jongeren begrijpen dat er verschillende opvattingen zijn over de ‘waarheid’ van de bijbel.
  • De jongeren kunnen aan het einde van deze werkvorm aan de hand van een concreet voorbeeld uitleggen hoe zij hier zelf tegenaan kijken. 

Oriëntatie: Denkstof filmpje


Tijdsduur:
25 minuten


Nodig

  • beamer en/of laptop (+ benodigde snoeren);

Doel
De jongeren kunnen uitleggen waar de discussie rondom de ‘waarheid’ van de Bijbel over gaat. 

Kijk samen naar het denkstof filmpje ‘Is de Bijbel 98% waar?’


Werkvorm 1: Gespreksvragen

Ga naar aanleiding van het filmpje met elkaar in gesprek over de volgende vragen:

  • Wat vond je van het filmpje?
  • Reinier beschreef in het filmpje het beeld van het schip en de wind voor de bijbel en God. Wat vind je van dat beeld?
  • Geloof jij dat de bijbel is geïnspireerd door God? Zo ja: hoe dan? Zo nee: kun je uitleggen hoe je de bijbel dan ziet? 
  • In het filmpje komen de woorden ‘God geblazen’ naar voren. Wat betekent dat voor jou?
  • Als je het moest aangeven in procenten, hoeveel procent van de bijbel zie jij dan als ‘waar’?
  • Wat betekent ‘waar’ volgens jou?
  • Jezus zegt in de Bijbel ‘Ik ben de waarheid’. Wat zegt dat voor jou over wat waarheid is?

Werkvorm 2: Bizarre bijbelteksten

Tijdsduur
25 minuten


Nodig:

  • 7 bijbelteksten op verschillende papieren (zie hieronder)
  • een leeg papier.

Doel

De jongeren komen in aanraking met verschillende lastige teksten uit de bijbel en denken met elkaar na over de waarheid hiervan.

Bespreek met de jongeren wat ze van het filmpje vonden. 

Ga daarna verder met de volgende opdracht. Pak de papieren met de bijbelteksten erbij. 

  • Hang de teksten en het lege papier op ooghoogte op in de ruimte waar jullie samenkomen.
  • Laat de jongeren de bijbelteksten lezen.
  • Als zij moeten kiezen, welke van de verhalen zien zij dan als waar en welke zien zij als niet waar (de 2% uit de titel van het filmpje)? Laat ze bij de tekst gaan staan die ze als niet-waar beschouwen. Het lege papier is de optie ‘elke tekst is waar’. Iedereen moet een keuze maken.
  • Ga met elkaar in gesprek over de uitkomsten. Waarom kiezen ze voor die tekst en niet voor een van de anderen? En wat betekent het dat deze teksten allemaal in de Bijbel staan?

Bijbelteksten

  • Genesis 19: 23-26 

Lot kwam in Soar aan toen de zon opging. Toen liet de Heer vuur uit de hemel neerkomen op Sodom en Gomorra. Hij verwoestte die steden en het hele gebied eromheen. Alle mensen stierven, en alles wat op het land groeide ging dood. De vrouw van Lot had onderweg achterom gekeken. Toen was ze veranderd in een rots van zout.

  • Rechters 3: 20-25

Koning Eglon stond op van zijn troon. Hij was heel dik. Op dat moment pakte Ehud met zijn linkerhand het zwaard dat hij op zijn rechterheup verstopt had. Hij stak het in de buik van de koning. Het zwaard ging helemaal zijn buik in. Het handvat was niet meer te zien, het werd bedekt door zijn vet. Ehud Liet het zwaard in de buik zitten. Hij deed de deur van de kamer van binnen op slot. En hij ging via een andere uitgang de kamer uit, naar de galerij. Ehud was net buiten, toen er dienaren bij de kamer kwamen. Toen ze zagen dat de deur op slot was, zeiden ze: ‘De koning zit zeker zijn behoefte te doen’. De dienaren wachtten heel lang, maar de deur ging niet open. Ze wisten niet goed wat ze moesten doen. Ten slotte haalden ze een sleutel, en deden de deur open. Daar zagen ze hun koning: hij lag dood op de grond.

  • 2 Koningen 2: 23-24

Van Jericho ging Elisa naar de stad Betel. Terwijl hij naar de stad omhoog liep, kwam er een groep jongens uit de stad achter hem aan. Ze lachten hem uit en riepen: ‘Klimmen maar, kale! Klimmen maar, kale!’ Elisa draaide zich om, en toen hij de jongens zag, riep hij: ‘De Heer zal jullie straffen!’ Op dat moment kwamen er twee beren uit het bos. En die aten 42 van de jongens op.

  • 1 Samuel 17: 50-51 en 2 Samuel 21: 19 (op 1 papier)

Zo won David de strijd met een slingerwapen en een steen. Hij versloeg Goliat en doodde hem, ook al had hij niet eens een zwaard. David rende naar Goliat toe. Toen hij bij hem stond, pakte hij het zwaard van Goliat. Daarmee hakte hij het hoofd van Goliat af. Toen de Filistijnen zagen dat hun held dood was, vluchtten ze weg.
En: Daarna was er nog een gevecht tegen de Filistijnen, ook in Gob. Aan de kant van de Filistijnen vocht Goliat mee, uit de stad Gat. Zijn speer was zo dik als een paal. Maar hij werd gedood door Elchanan, de zoon van Jari uit Betlehem.

  • Job 1: 9-12

Satan antwoordde: ‘Ja, natuurlijk heeft Job eerbied voor u! Want u beschermt Job. En u beschermt ook zijn familie en al zijn bezit. U zorgt ervoor dat het heel goed met hem gaat. En hij krijgt steeds meer vee! Maar stel dat u alles van hem afneemt. Dan zal hij vast en zeker slechte dingen over u gaan zeggen.’ ‘Goed,’ zei de Heer, ‘doe wat je wilt met alles wat Job bezit. Maar hemzelf met je met rust laten’. Toen ging Satan weg. 

  • Matteüs 27: 52-53

De graven van de doden gingen open. En veel heilige mensen die gestorven waren, stonden op uit de dood. Na de opstanding van Jezus gingen ze naar de heilige stad Jeruzalem. Daar werden ze door veel mensen gezien.

  • Marcus 16: 5-6

De vrouwen gingen het graf binnen. Daar zagen ze een jongeman zitten. Hij zat aan de rechterkant en hij droeg witte kleren. De vrouwen schrokken vreselijk. Maar de jongeman zei: ‘Jullie hoeven niet bang te zijn. Ik weet dat jullie op zoek zijn naar Jezus uit Nazaret. Hij is gestorven aan het kruis. Maar hij is opgestaan uit de dood. Hij is niet hier. Kijk, hier heeft hij gelegen’.

Werkvorm 3: Genres gemixt

Tijdsduur
15 minuten.


Nodig
Telefoon of laptop met geluid om een liedje op te zoeken en te luisteren.

Doel
De jongeren begrijpen dat het mis gaat als je verschillende genres door elkaar haalt.

Leg aan de jongeren uit dat de Bijbel is opgebouwd uit verschillende soorten teksten. Sommige teksten vertellen een geschiedenis, anderen zijn gedichten of liederen (de Psalmen). Zo zijn er nog meer genres te noemen. Zowel een geschiedenis als een gedicht kunnen waar zijn. Maar een gedicht vertelt dingen soms op een symbolische manier of het verwoordt de gevoelens van de dichter, terwijl een geschiedenisverhaal zo letterlijk mogelijk vertelt hoe iets gebeurd is. Als je de genres door elkaar haalt, gaat het mis.

Blauwe dag, als het dondert
En valt de hemel naar beneden, ben ik hier bij jou alleen
Blauwe dag, een seconde
Laten we dansen tot de morgen en de lucht weer opengaat
Fiets met jou mee door heel de stad
Als jij dat wil, nou, dan doe ik dat
Ik ben hier op je blauwe dag
Blauwe dag, een seconde
Laten we dansen tot de morgen en de lucht weer opengaat

Ga met elkaar in gesprek over de volgende vragen:

  • Bekijk de tekst van het refrein. Wat gebeurt er als je de tekst letterlijk leest?
  • Wat willen de zangers met dit liedje volgens jullie zeggen?
  • Wat vinden jullie van dit liedje? Heb je er iets aan voor jezelf?

Leg hierna uit dat de Bijbel ook verschillende genres heeft. Een lied of een gedicht moet je niet lezen als een geschiedenisverhaal dat precies vertelt wat er gebeurd is. Een gedicht gaat vaak over de gevoelens van de schrijver zelf. Je kunt je hierin verplaatsen, je herkent misschien wat de schrijver zegt. Je kunt in de bijbel bijvoorbeeld poëzie vinden in de psalmen en in het bijbelboek Job.


Het thema en de bijbel

 

 

Werkvorm 1: Het 5-stappenplan

Tijd
20 minuten.


Nodig

  • Bijbel
  • Telefoon.

Doel
De jongeren leren aan de hand van vijf handvatten over verschillende soorten bijbelteksten die elk op hun eigen manier kunnen of soms ook moeten worden gelezen/geïnterpreteerd.

Hoe kun je goed met de Bijbel omgaan? Hieronder staan 5 stappen voor het lezen van bijbelteksten, aan de hand daarvan kun je zelf bepalen hoe je een tekst moet lezen.

5 handvatten voor het lezen van de Bijbel:

  • Om wat voor soort verhaal gaat het? (bijv. geschiedschrijving, gedicht, wijsheden/spreuken, profetie, etc.). Bij deze vraag helpt het als je bedenkt: waarvoor is deze tekst bedoeld? Je kunt je voorstellen dat een geschiedenisverhaal anders wordt gelezen dan bijvoorbeeld een gedicht.
  • In welke context staat de tekst? Neem nooit zomaar één vers uit de bijbel en verbind daar allerlei conclusies aan, maar bekijk het geheel van het verhaal waarin de tekst staat. 
  • In welke tijd is het bijbelverhaal geschreven en hoe was de cultuur toen? Bepaalde gewoontes en gebruiken waren in de tijd van de bijbel heel gewoon, terwijl dat bij ons heel vreemd is. Denk bijvoorbeeld aan het houden van slaven.
  • Hoe past het bij Jezus? Jezus kwam om de wet te vervullen, hoe past hij bij dit Bijbelgedeelte?
  • We mogen er van uit gaan dat God ons helpt bij het bijbellezen. In de kerk bidden we daarom vaak voordat we uit de bijbel gaan lezen een gebed ‘om verlichting met de Heilige Geest’. In dat gebed vragen we of de Heilige Geest bij ons wil komen, ons wil helpen te begrijpen waar de bijbel over gaat en of God ons door de tekst wil aanspreken. Ook als je zelf uit de bijbel leest mag je God om hulp vragen bij het lezen.

Hoe lees je de tekst?

  • Laat de jongeren de volgende bijbelteksten opzoeken: Psalm 22:7, Johannes 4:27, Galaten 5:13. Of, als dat te veel tijd kost: print deze bijbelgedeelten van tevoren uit op verschillende pagina’s.
  • Gebruik de 5 handvatten voor het lezen van de bijbel die hierboven beschreven staan. Om wat voor soort teksten gaat het hier? Hoe moet het gelezen worden?
    De jongeren mogen hun telefoon gebruiken om eventueel iets op te zoeken over de tijd/context waarin het geschreven is.

Werkvorm 2: Gespreksvragen bij 2 Timoteüs 3: 10-17

Tijd
15 minuten.

Nodig
Bijbel


Doel
De jongeren kunnen uitleggen dat de bijbel geïnspireerd is door God en wat voor invloed de bijbel heeft op hun leven.

Lees met elkaar 2 Timoteüs 3: 10-17. Ga daarna in gesprek over de volgende vragen:

  • Wat is je eerste reactie op deze tekst?
  • Over welke teksten wordt hier gesproken denk je? Gaat het over de hele bijbel of over een gedeelte?
  • Op welke momenten kom jij in aanraking met bijbelteksten?
  • ‘Alles wat in de heilige boeken staat, komt van God.’ staat er in vers 16 (BGT). Wat betekent dat volgens jou?

In de jongerenbijbel staat bij vers 16:
“De bijbel (het gaat hier uiteraard over het Oude Testament) is in zijn geheel doorademd door God. Daarom heeft de bijbel gezag. Het is geen studieboek, maar een boek dat je leven kan vernieuwen. De bijbel laat zien hoe je voluit als mens met God kunt leven. Hoe laat jij je beïnvloeden door de bijbel?”

  • Geef antwoord op de vraag uit de jongerenbijbel.

Werkvorm 3: Aan de slag met de tekst

Tijd
30 minuten.

Nodig

  • bijbel;
  • pennen/stiften/potloden;
  • papier;
  • tijdschriften;
  • schaar;
  • lijm + evt. andere knutselspullen

Doel
De jongeren kunnen de vijf kenmerken van de Bijbel (uit 2 Tim. 3:10-17) navertellen

Lees samen 2 Timoteüs 3: 10-17.

In dit gedeelte worden een aantal kenmerken van de Bijbel genoemd. Namelijk, de Bijbel:

  1. Geeft wijsheid. De bijbel kan je leren dat mensen gered kunnen worden door het geloof in Jezus Christus.
  2. Komt van God.
  3. Kan gebruikt worden om uitleg te geven over het geloof.
  4. Kan gebruikt worden als mensen verkeerde ideeën hebben of verkeerde dingen doen.
  5. Kan gebruikt worden om mensen te leren hoe ze goed kunnen leven.

Dus: wijsheid, van God, uitleg, tegenspreken, goed leven. 

  • Waar denk jij aan bij deze kenmerken? Kies één van de vijf kenmerken uit en maak hier een tekening, een collage, een woordweb of misschien wel een gedicht bij. Wat jij wilt! 
  • Het is het leukst als alle vijf de kenmerken door iemand van de groep gekozen worden. Je mag met elkaar samenwerken, maar je mag er ook zelf aan werken. Aan het einde hebben jullie met elkaar de 5 kenmerken van de bijbel, die in dit gedeelte beschreven worden, beeldend weergegeven. Hang ze op in het kerkgebouw of in de clubruimte! Misschien kunnen ze aan de gemeente gepresenteerd worden tijdens de volgende dienst. 

Verwerking en afsluiting

 

Werkvorm 1: De bijbel bij jou in de kerk

Tijd
20 min + interview op eigen gelegenheid + 10 min in de volgende bijeenkomst.

Nodig
Pen en papier.


Doel
De jongeren gaan in gesprek met andere gemeenteleden over hun bijbelvisie.

We hebben nu veel over de bijbel gezegd, maar hoe kijken de mensen bij jullie in de gemeente eigenlijk naar de bijbel?

Bedenk met elkaar een aantal interviewvragen. Wat willen jullie graag weten over de bijbel bij jullie in de gemeente? Denk bijvoorbeeld aan: wordt de bijbel vaak gelezen, worden alle bijbelboeken gelezen of worden sommige stukken vaak overgeslagen, zien de gemeenteleden de bijbel als 100% waar of 98% waar, geloven de gemeenteleden dat de bijbel door God is geïnspireerd? et cetera.

Laat de jongeren allemaal iemand interviewen over hun visie op de bijbel aan de hand van de vragen die jullie met elkaar bedacht hebben. Als ze het spannend vinden om iemand te vragen die ze niet goed kennen, mogen het uiteraard ook de eigen ouders/verzorgers zijn of iemand anders die ze goed kennen. Ze kunnen ook in tweetallen een interview houden.

Bespreek de uitkomsten de volgende bijeenkomst met elkaar. Wat valt op? En zijn de jongeren het eens met de antwoorden van de geïnterviewden?

Werkvorm 2: Godgeblazen

Tijd
25 min

Nodig

  • Papier/karton;
  • scharen;
  • lijm/plakband;
  • andere knutselspullen.

Doel
De jongeren worden herinnerd aan de door God geïnspireerde teksten.

Reinier had het in het denkstof filmpje over een boot die door de wind wordt voortgeblazen. Zo is het ook met de bijbel: de teksten zijn ‘Godgeblazen’, God geeft ze richting.

  • Zoek een bijbeltekst op die jij mooi vindt, die jou aanspreekt. Misschien heb je wel een favoriete bijbeltekst, neem dan die.
  • Knutsel een bootje en schrijf op de zijkant de door jouw gekozen bijbeltekst. Je kunt bijvoorbeeld een bootje vouwen van een A4-papier. Kijk dit filmpje om te zien hoe dat moet: https://www.youtube.com/watch?v=c8hj6WKhz8w 
  • Neem je bootje mee naar huis en zet hem op een plek waar je vaak langsloopt. Zo word je er altijd aan herinnerd dat die mooie bijbelteksten door God ingegeven zijn. 


Afsluiting


Lied opties 


Gebed 

Sluit af met een gebed. Voorbeeld:

Heer, Vader in de hemel,
Dank u voor uw woord, de bijbel. Waaruit we mogen lezen en leren en we veel over U te weten komen. Help ons bij het lezen ervan, want soms is dat best moeilijk.
Dankuwel voor deze bijeenkomst en dat we in vrijheid bij elkaar mochten komen. Dank u voor deze groep en wees met ons als we straks weer naar huis gaan.
Dit vragen wij u in Jezus’ naam.
Amen.

Andere werkvormen

binnen het programma Denkstof