Doorgaan naar hoofdinhoud subline-curl

Denkstof 'Kan ik geloven zonder kerk?'

In 1457 liet Berta Jacobsdochter (Suster Bertken) op eigen kosten een cel bouwen in de Buurkerk in Utrecht. Zij liet zich hier vrijwillig opsluiten om zich volledig op God te richten. Ze leefde sober: ze at geen vlees of melkproducten, ze liep altijd op blote voeten en had geen verwarming. Ze schreef in die periode gedichten over haar ervaringen met God. Verder mediteerde en bad ze veel. Na 57 jaar overleed ze op 87-jarige leeftijd in haar cel. Ze werd in haar cel begraven. Vind je dat je kunt geloven zonder ander mensen om je heen?

Geloven kun je prima doen zonder andere mensen toch? Daar is Suster Bertken een mooi voorbeeld van. Zij liet zich speciaal opsluiten zodat ze niet afgeleid zou worden door andere mensen en dingen die gebeuren in het dagelijks leven. In haar eentje in haar cel kon ze zich helemaal op God richten. Het ging haar prima af.

Met deze werkvorm denk je samen met de jongeren na over de vraag: waarom moeten we eigenlijk elke zondag naar de kerk? Jongeren kunnen negatief zijn over de kerk: het is allemaal zoveel gedoe. Je moet vroeg opstaan en ervaart de kerkdienst misschie wel als erg saai. Het duurt lang, de dominee vertelt een verhaal waar jij je niet in herkent, de muziek is ouderwets en ga zo maar door. En als we ook in ons eentje kunnen geloven, zonder andere mensen, waar hebben we die kerk dan voor nodig?

Doelstelling

  • De jongeren ontdekken hoe de kerk voor hen van betekenis kan zijn. En hoe zij van betekenis kunnen zijn in de kerk. 
  • De jongeren kunnen het beeld uit de Bijbel van de verschillende delen van een lichaam die samen één lichaam vormen navertellen. 

Oriëntatie 


Werkvorm 1: Gespreksvragen

Tijdsduur
30 minuten


Nodig

  • beamer en/of laptop (+ snoeren)
  • link van het filmpje, zie onder

Doelstelling
De jongeren kunnen argumenten voor en tegen kerkgang geven.

Kijk samen naar het denkstof filmpje ‘Kan ik geloven zonder kerk’?

Ga met elkaar in gesprek over de volgende vragen:

  • Wat vond je van het filmpje?
  • Bij welke groepen hoor jij allemaal en wat voor rol spelen die in jouw leven?
  • Reinier noemt de sportschool. Kom jij daar wel eens? Wat is een overeenkomst tussen een sportschool en de kerk?
  • Ga je naar de kerk? Zo ja: waarom? Zo nee: waarom niet?
  • Reageer op de stelling: geloven kan prima in je eentje (denk aan Suster Bertken, evt. kan je het verhaal uit de inleiding bij deze stelling gebruiken om de discussie op scherp te zetten).


Werkvorm 2: Cross the line

Tijdsduur
30 minuten

Nodig

  • beamer en/of laptop (+ snoeren);
  • link van het filmpje;
  • (denkbeeldige) lijn in een ruimte die groot genoeg is voor de deelnemers om heen en weer te lopen.

Doelstelling
De jongeren kunnen argumenten voor en tegen kerkgang geven.

Kijk samen naar het Denkstof filmpje hierboven ‘Kan ik geloven zonder kerk’?

De deelnemers staan allemaal aan één kant van de streep. Lees de volgende stellingen voor. Ga met elkaar in gesprek over de uitkomsten. 

  • Stap over de lijn als je in de afgelopen maand drie keer naar de kerk bent geweest.
  • Stap over de lijn als je alleen naar de kerk gaat omdat het moet van je ouders.
  • Stap over de lijn als je naar de kerk gaat omdat je daar je vrienden ziet.
  • Stap over de lijn als je naar de kerk gaat omdat je dat zelf graag wilt.
  • Stap over de lijn als je vindt dat de kerk saai is.
  • Stap over de lijn als je iets hebt aan de kerkdienst op zondagmorgen.
  • Stap over de lijn als je vindt dat dat wat in de kerk besproken wordt relevant is voor jouw leven.

Werkvorm 3: Training

Tijdsduur
30 minuten


Nodig
Ligt aan wat je gaat doen, lees verder.


Doelstelling
De jongeren begrijpen dat naar de kerk gaan een soort training in/van geloof is.

Kijk met elkaar naar het filmpje ‘Kan ik geloven zonder kerk’? (zie boven). 

In het filmpje had Reinier het over dat naar de kerk gaan een soort ‘trainen’ is. Het is trainen van je geloof, er mee bezig zijn zodat het beter en meer wordt. 

Doe een (korte) training met elkaar. Je kunt van te voren een filmpje opzoeken op youtube van een workout en die met elkaar doen. Je kunt ook zelf een kort programma bedenken. 

Bijvoorbeeld:

  • 10 rondjes om de kerk rennen;
  • 10 keer opdrukken;
  • 10 sit-ups

Ga na de ‘training’ in gesprek met elkaar over de volgende vragen:

  • Hoe voel je je nu? 
  • Wat heeft de training voor effect op je? 
  • Wat heeft zo’n training voor effect op je als je dit elke dag zou doen?

Leg de link met de kerk: door naar de kerk te gaan, blijf je met je geloof bezig. Door de gesprekken met anderen, de preek die je hoort op zondag, het zingen van de liederen, het bijbellezen etc. train je jezelf als het ware in geloof. 


Bijbel


Werkvorm 1: Zelf aan de slag met de Bijbel

Tijdsduur
20 minuten.


Nodig

  • Bijbel (of telefoon om de bijbelteksten op te zoeken);
  • pen en papier.

Doelstelling
De jongeren weten dat er in de Bijbel gesproken wordt over
gemeente-zijn en dat de Bijbel aanspoort hier onderdeel van uit te maken/aan bij te dragen.

  • Laat de jongeren 3 bijbelteksten opzoeken die gaan over de kerk of over het vormen van een gemeente. Ze mogen hierbij hun telefoon gebruiken.
    (Voorbeelden: Psalm 133, Matteüs 18: 20, Romeinen 12: 4-5,  Efeziërs 2: 19-22, 1 Kor. 12: 12-30, Hebreeën 10: 24-25, 1 Kor. 1:10)
  • Bespreek met elkaar de teksten die de jongeren gevonden hebben. Wat spreekt hen hier in aan? En hoe zien zij dit met betrekking tot deze tijd en hun eigen gemeente? Vertel zelf in ieder geval over het beeld van de vele delen die samen één lichaam vormen (1 Kor. 12: 12-30).
  • Eventueel kun je de bevindingen opschrijven. 


Werkvorm 2: Wat kun jij bijdragen?

Tijdsduur
20 minuten

Nodig

  • Bijbel (of telefoon om de bijbelteksten op te zoeken);
  • pen en papier.

Doelstelling
De jongeren weten dat er in de Bijbel gesproken wordt over gemeente-zijn en dat de Bijbel aanspoort hier onderdeel van uit te maken/aan bij te dragen.

  • Lees 1 Korinthe 12: 12-30 met elkaar.
  • Laat de jongeren een hand of een voet tekenen. Ze mogen deze zo mooi maken als ze zelf willen. Laat hen in de hand/voet schrijven wat ze zelf kunnen bijdragen in de gemeente waar zij bij horen.
  • Aan het eind mag iedereen laten zien wat hij/zij gemaakt heeft en aan de rest uitleggen wat zijn/haar bijdrage voor de gemeente kan zijn. Wat valt er op? Worden er veel verschillende dingen genoemd of zijn er veel overeenkomsten?
  • Eventueel kunnen jullie de gemaakte handen ophangen in hal van de kerk (of op een andere plek in het gebouw), zodat de andere gemeenteleden kunnen zien wat jullie hebben gemaakt en wat jullie kunnen bijdragen aan de gemeente.

Verwerking en afsluiting


Werkvorm 1: Samen zoeken naar antwoorden!

Tijdsduur
20 minuten.


Nodig
Papier en pennen.

Doelstelling
De jongeren ervaren dat je samen verder komt dan alleen. De jongeren zoeken antwoorden op problemen/moeilijkheden die zij hebben met de kerk.

  • Geef de jongeren allemaal een eigen A4 en een pen. Laat hen bovenaan een probleem / iets wat ze niet leuk vinden / een vraag opschrijven rond het thema ‘naar de kerk gaan’.
  • Als alle jongeren wat opgeschreven heeft, laat je hen allemaal het blad doorgeven aan degene rechts van hem/haar. Iedereen heeft nu dus een papier met een vraag/moeilijkheid van een ander er op.
  • Iedereen probeert een antwoord te geven op de vraag/moeilijkheid die op het papier staat dat ze voor zich hebben. Of een oplossing voor het probleem dat geformuleerd is.
  • Als ze iets hebben opgeschreven, geven ze het papier door aan de volgende. Dit gaat door tot iedereen alle vragen/problemen gezien heeft en overal een antwoord of suggestie heeft opgeschreven.
  • Het papier eindigt weer bij degene die de vraag heeft opgeschreven. Kan hij/zij iets met de antwoorden die eronder geschreven staan? Je kunt hier nog bij uitleggen dat dit een voorbeeld is van dat je samen verder komt dan alleen. 


Werkvorm 2: Bezoek een andere kerk

Tijdsduur
Een zondagochtend/avond


Nodig
-

Doelstelling
De jongeren leren dat christelijke gemeentevorming op verschillende manieren vormgegeven kan worden.

Ga met elkaar op zondag naar een andere kerk dan jullie gewend zijn. Het is het leukst als het een heel andere viering is dan jullie gewend zijn. Denk bijvoorbeeld aan een rooms-katholieke mis, een taizé viering, een evangelische dienst of bijvoorbeeld een dienst in een gereformeerde bondsgemeente als je zelf uit een vrijzinnige gemeente komt of andersom.

Misschien is het goed om met elkaar bij de eigen kerk of anders bij de ingang van de kerk waar jullie heen gaan af te spreken, dan hoeven de jongeren niet in hun eentje naar binnen te gaan. Als je met een grote groep bent, is het handig om van te voren contact op te nemen met de kerk waar jullie heen gaan.

Na afloop (of bij jullie volgende bijeenkomst) kun je met elkaar in gesprek gaan over dit bezoek aan een andere kerk. Gespreksvragen kunnen zijn:

  • Wat vonden jullie van deze dienst?
  • Wat zijn verschillen met de eigen kerkdiensten?
  • Wat zijn overeenkomsten met de eigen kerkdiensten?
  • Wat kan de gemeente leren van de kerk waar we op bezoek waren?
  • Wat kan de kerk waar we op bezoek waren leren van ons? 

Je kunt zelf nog iets uitleggen over verschillende vormen van kerk zijn. Dat de vieringen misschien sterk van elkaar afwijken, maar dat dat niet betekent dat de ene vorm beter is dan de andere vorm. Mensen zoeken naar een goede manier van kerk zijn: verbonden met elkaar door het geloof in Christus, ieder met zijn eigen taak (zoals de delen van het lichaam), vormen ze een gemeenschap. 


Werkvorm 3: Avondmaal

Tijdsduur
30 minuten.

Nodig

  • telefoon of laptop;
  • flipover/groot papier/whiteboard.

Doelstelling
De jongeren staan stil bij het avondmaal en zien hoe hierin tot uitdrukking komt wat het betekent om samen gemeente van Christus te zijn.

Leg van te voren uit:
Een mooi voorbeeld van wat het betekent om samen kerk te zijn (samen één gemeente te vormen) is het vieren van het avondmaal. Door de verschillende elementen die in het avondmaal naar voren komen, worden de verschillende aspecten van de gemeente benadrukt.

Opdracht:

  • Zoek online een afbeelding op over het avondmaal. Misschien kom je wel meteen op een afbeelding van het schilderij van Leonardo da Vinci van het laatste avondmaal, maar je vindt vast ook een hoop andere afbeeldingen.
  • Wat zijn elementen die elke keer terugkomen bij de viering van het avondmaal? Let daarbij niet alleen op de afbeelding, maar denk ook aan hoe het avondmaal bij jullie in de kerk gevierd wordt. Schrijf die onder elkaar op een groot papier, flipover of whiteboard.
    (Denk aan: brood en wijn, dominee en ouderlingen die uitdelen, de gemeente doet mee (lopend, aan tafel zittend of staand in een kring), de dominee spreekt de woorden uit die Jezus uitsprak bij het laatste avondmaal (Lucas 22: 14-20.), etc.)
  • Bedenk met elkaar wat al die elementen betekenen (eventueel kunnen jullie wat opzoeken op internet) en schrijf dat er achter. 

Bijvoorbeeld:

Brood - lichaam van Christus.
Wijn - bloed van Christus.
De instellingswoorden (o.a. dit is mijn lichaam’) - Christus nodigt ons aan tafel en zegt: Ik wil dit met jou delen. En ook: herinnering aan Jezus’ dood voor ons.

De gemeente die meedoet - we worden allemaal uitgenodigd en mogen deelnemen aan de maaltijd van de Heer. We gaan als het ware met Jezus aan tafel.
Gemeenteleden die het brood/de wijn aan elkaar doorgeven - je gunt het de ander, deelt met elkaar, vormt samen een groep.
Etc.

  • Bespreek met elkaar of je dit terugziet in de manier waarop bij jullie in de kerk avondmaal gevierd wordt. 
  • Wanneer mag jij in jouw gemeente deelnemen aan het avondmaal? Wat vind je daarvan? 
  • Zing, luister of lees ter afsluiting een van de volgende liederen:
    - Lied 968 liedboek ‘De ware kerk des Heren
    - If we are the body - Casting Crowns

Ter afsluiting kun je met elkaar danken en bidden. Voorbeeldgebed:

Heer, onze God,

Dank u wel voor deze bijeenkomst en dat we met elkaar mochten nadenken over de kerk en naar de kerk gaan. We willen u vragen of u ons wilt helpen samen een gemeenschap te vormen. Dat wij ons ook echt onderdeel mogen voelen van de gemeente en dat wij en anderen inzien wat we bij kunnen dragen. 

Dit vragen wij u in Jezus’ naam.
Amen.

Andere werkvormen

binnen het programma Denkstof