Doorgaan naar hoofdinhoud subline-curl

Ervaringsverhaal: armoede in Nederland

Ontdek-activiteit: Lees een ervaringsverhaal van een kind in armoede.

Nodig:
Een uitgeprinte versie van een verhaal. Kies het verhaal wat het beste bij je groep past. Of leg ze allebei neer, dat de kinderen zelf kunnen kiezen.

Uitleg activiteit
Hieronder staan twee ervaringsverhalen van Nederlandse kinderen die opgroeien in armoede. Deze verhalen kun je gebruiken om mensen bewust te laten worden van armoede in Nederland, en wat dat betekent voor een kind.

Kies een ervaringsverhaal uit, print het uit en leg het neer. Laat mensen het zelf lezen, of per groepje kan een tiener/volwassene het voorlezen. Of maak voorleeshoekje waar een vrijwilliger op een ingeplande tijd het verhaal leest en de vragen bespreekt.

Deze activiteit is voor kinderen vanaf 8 jaar, en hun (groot)ouders.

ERVARINGSVERHAAL SALOMI

Onbetaalbaar

'Wat ben je laat,' zegt de vader van Salomi die in zijn stoel bij het raam zit. 'Liep het uit?'

Salomi laat haar schooltas op de grond vallen waardoor haar boeken half naar buiten glijden. 'Ik heb geen zin om erover te praten,' zegt ze kortaf. Ze laat zich op de bank ploffen.

'Ik dacht dat je het fijn vond om naar de praatgroep te gaan?'

Salomi geeft geen antwoord. Natuurlijk vindt ze het fijn om met andere kinderen te praten die hetzelfde hebben meegemaakt. Dat was een goed idee van school. Ze wist niet dat er zoveel kinderen met gescheiden ouders waren. Maar het is niet leuk om voor gek te staan.

'Ik dacht dat we altijd alles aan elkaar vertelden,' dringt haar vader aan.

Met een felle blik kijkt Salomi hem aan. 'Het is belachelijk dat we geen computer hebben.'

'Wat is er gebeurd?' vraagt haar vader verbaasd. 'Ik dacht dat je dat begreep.' Natuurlijk begrijpt Salomi het wel, maar soms kan ze er gewoon niet tegen. 'We moesten een verhaal schrijven over wat we het moeilijkst vonden aan de scheiding van onze ouders,' zegt ze. 'Dat moesten we dan mailen. Ik dacht, ik schrijf het wel op en dan neem ik het vandaag mee.'

'Dat is toch ook goed?' vraagt haar vader.

'Nee,' antwoordt Salomi, 'het was helemaal niet goed. Agnes, onze begeleidster, snapte er niks van. Ze bleef maar doorzeuren. Dat iedereen toch een computer had, dat je die nodig had voor school en dat soort dingen.'

'En heb je toen de waarheid verteld?'

Salomi schudt haar hoofd. 'Ik heb helemaal niks gezegd. Waarom zou ik?'

Haar vader raakt even haar schouder aan. 'Omdat er helemaal niks is om je voor te schamen.'

'Oh, nee?' Ze weert haar vader af. 'Na afloop vroegen Cindy en Herma of ik zaterdagavond meeging naar de Dance Inn. Ik verzon dat mam jarig was. Weet je wat ze toen zeiden? Ze zeiden: je hoeft geen smoesjes te verzinnen. We willen net als de vorige keer wel voor je betalen.’ Hoe moet ik dat dan doen, me niet schamen?'

'Ik snap niet dat je smoesjes verzint,' zegt haar vader.

'Hou toch op!' schreeuwt Salomi. 'Ik snap niet dat ik hier ben gaan wonen!'

'Wat zeg je?'

'Je hoorde me wel.' Ze springt op en beent met driftige stappen de kamer uit. Haar vader wil achter haar aanlopen, maar in zijn haast struikelt hij over de tas van Salomi. Nog net kan hij zich aan een stoel vasthouden. Hij bukt om de schoolboeken in haar tas te stoppen. Een doorzichtige plastic map is onder de stoel gegleden. Als hij hem opraapt, ziet hij dat er een papier inzit. Hij herkent het handschrift van zijn dochter. 'Dat kan ik niet maken', denkt hij, maar zijn nieuwsgierigheid is sterker.

Hij leest het verhaal dat Salomi opgeschreven heeft:
"Ik haalde alleen maar lage cijfers. Mijn moeder wist niet dat hij me mishandelde. Ik weet ook niet waarom we het haar niet vertelden. Misschien waren we bang dat ze ons niet geloofde of dat mijn stiefvader dan nog bozer zou worden.
Uiteindelijk ben ik bij mijn vader gaan wonen. 'Dat was de beste beslissing die ik ooit heb genomen! Ook al betekende het dat ik een heel ander leven kreeg. Voor veel dingen hebben we geen geld, zoals voor een computer of voor uitgaan. Zakgeld krijg ik niet. Aan vakantie hoef ik helemaal niet meer te denken. Al lijkt het me heerlijk om veel te reizen. Naar Indonesië bijvoorbeeld, de Molukken, waar familie van ons woont. Toch vind ik het niet erg. Ik weet nu eenmaal dat mijn vader niet veel geld heeft. 'Daar kan hij ook niks aan doen. En er staan zoveel fijne dingen tegenover. Ik hoef nooit meer bang te zijn voor klappen. Als ik me rot voel, kan ik altijd met hem praten. Natuurlijk hebben we wel eens ruzie, maar we maken het ook gauw weer goed. En we lachen veel. Op school haal ik nu allemaal goede cijfers. Wat kan het me dan nog schelen dat ik minder geld heb dan andere kinderen met hun merkkleding, computerspelletjes en dure vakanties? Mijn moeder is nu gescheiden van mijn stiefvader, maar ik blijf bij mijn vader wonen.
Weet je wat ik wel eens in stilte zeg als ik een jaloerse bui heb? Hou toch op met zeuren. Geld is niet alles. Dan denk ik aan mijn vader. Ik zou iets tegen hem willen zeggen, maar dat durf ik niet goed. Opschrijven is gemakkelijker. Ik zou willen zeggen: je bent onbetaalbaar."

Een tijdlang blijft de vader van Salami op het blaadje turen. Zijn hand trilt een beetje. 'Zou ze dat echt menen?', denkt hij.

Salomi ligt op bed naar het plafond te staren. Ze heeft er al spijt van dat ze zo tegen haar vader is uitgevallen. Eigenlijk lijken we veel op elkaar, denkt ze, twee eigenwijze driftkoppen en dat in één huis. Dat moet af en toe wel mis gaan. Als de deurbel gaat, spitst ze haar oren. Ze heeft niks afgesproken met vriendinnen, maar je weet het nooit. Even later klinken beneden gedempte stemmen, mannenstemmen. Kort daarna gaat de deur alweer dicht.

Een paar tellen later hoort ze de voetstappen van haar vader op de trap. Voor haar deur blijft hij staan en klopt zacht.

'Wat is er?' vraagt ze.

Langzaam gaat de deur open. Salomi kijkt hem niet aan, maar blijft naar het plafond staren. Ze wil niet meteen toegeven dat ze fout zat. Eerst even horen wat hij te zeggen heeft.

Haar vader gaat op de rand van het bed zitten. 'Meneer Hubert van de kerk was aan de deur,' zegt hij. 'We waren weer aan de beurt voor een pakket.' Salomi gluurt opzij naar de grote doos op zijn knieën. 'Heb je al gekeken wat erin zit?'

'Dat wilde ik samen met jou doen.'

'Oké dan.' Ze hijst zich overeind. De ruzie met haar vader lijkt ze vergeten. leder aan een kant trekken ze de bovenkant van de doos open. 'Chocoladekoekjes!' roept Salomi. 'Dat is lang geleden.' Ze legt de rol koekjes voorzichtig op bed.

'Wat denk je hiervan?' vraagt haar vader, 'sinaasappelsap.' Hij vist het pak uit de doos.

Niet veel later ligt het bed bezaaid met etenswaren en drinken. 'Het is meer dan de vorige keer,' zegt Salomi.

Haar vader knikt. 'Als we zuinig zijn, kunnen we er een week mee toe.' Salomi wijst naar het pak macaroni. 'Wat doen we daarmee?'

'Tante Doro is er gek op,' antwoordt haar vader. 'Laten we morgen bij haar langsgaan en dan zeg ik: speciaal voor jou, tante Doro. Wij houden meer van Moluks eten. Alleen is dat zo lang geleden dat we niet goed meer weten hoe dat smaakt. En dan nodigt ze ons natuurlijk uit.'

Ze schieten tegelijk in de lach. Maar als de vader van Salomi een opgevouwen blaadje uit zijn achterzak haalt, is het in één klap stil.

'Hoe kom je daaraan?' vraagt Salomi.

'Ik wilde je tas opruimen,' begint hij, 'toen vond ik dit. Het was niet netjes van me, maar ik kon niet nalaten het te lezen.'

Van schrik krijgt ze een kleur. 'Het is eigenlijk geheim,' zegt ze zacht. 'Ik was helemaal niet van plan dat verhaal in te leveren.'

'Het was eh ... bijzonder om te lezen. Misschien een beetje overdreven.' Haar vader lacht een beetje verlegen.

'Niks overdreven,' fluistert Salomi, 'elk woord is waar.'

Het is een tijdje stil. Haar vader kijkt haar aan en pakt haar hand. Dan drukt hij de hand tegen zijn hart aan. 'Wie is hier onbetaalbaar?' mompelt hij.

Uit: Erwtensoep in augustus, Kees Opmeer


ERVARINGSVERHAAL FREEK

Voor een paar centen

'Niet duwen!' zegt Freek.

Hij stapt achteruit de trap af. Met twee handen houdt hij de loodzware televi­sie aan de onderkant vast.

'Ik duw niet,' hijgt Daniël. 'Hij gleed alleen bijna uit mijn handen.'

Onderaan de trap zetten ze het televisietoestel voorzichtig op de grond. Daniël kijkt naar de rode striemen in zijn handen. Zijn oudere broer pakt in­tussen een oude doek en legt die over de televisie heen.

'Kom op,' zegt hij.

Buiten kijken ze goed om zich heen. In het licht van een lantaarnpaal ziet Daniël een man met een klein hondje lopen. Als hij om de hoek is verdwenen, steken ze de straat over. Ze verdwijnen in het donkere poortje aan de overkant. De buurman staat al bij zijn schuurtje te wachten. Hij is de enige in de buurt die weet wat er aan de hand is. 'Is dit het laatste?' vraagt hij.

Freek knikt. 'Gelukkig wel.'

Ze zetten het toestel bij de andere spullen die er al staan: de stofzuiger, de kartonnen doos met het servies dat ze van opa en oma hebben gekregen, het lage eikenhouten tafeltje, een kristallen vaas, het fonduestel dat ze de laatste dagen gebruiken om iets warms klaar te maken. Allemaal spullen die ze niet willen missen.

De buurman wijst naar het televisietoestel. 'Wat een bakbeest. Van wie is dat ding?'

'Van mij' antwoordt Daniël.

Hij heeft het van Jari gekocht, een jongen uit de buurt. Het kostte bijna niks. Hij moet wel oppassen voor Jari, niet normaal hoe nieuwsgierig die is. 'Daniël wil altijd voetballen kijken,' zegt Freek spottend. 'Daarom moest en zou hij een eigen televisie op zijn kamer hebben.

'Nou en?' roept Daniël.

De buurman draait de schuurdeur op slot. 'Sterkte morgen jongens en trek je niet te veel van die man aan.'

'Morgenavond komen we de spullen weer ophalen,' zegt Freek. Ze steken hun hand op en verdwijnen in het donker.

Als ze thuiskomen, schrikt Daniël van zijn moeder. Ze zit ineengedoken in een stoel, met een deken om zich heengeslagen.

'Heb je het zo koud?' vraagt Daniël.

Ze knikt. 'Ik denk dat ik naar bed ga.'

Daniël werpt een blik op de klok. Het is nog geen negen uur, maar in bed is het in ieder geval warm. Hij snapt niet dat het zomaar kan, middenin december het gas afsluiten.

Daniël gaat met zijn moeder mee naar boven. Op de overloop geeft hij haar snel een kus. 'Welterusten mam.'

Rillend kruipt Daniël diep weg onder zijn dekbed. Het duurt lang voordat hij warm wordt. Dan pas valt hij in slaap.

... Heerenveen speelt uit tegen Feyenoord in een uitverkochte Kuip. Voor het eerst zit hij op de reservebank. Het gaat niet goed. Ze staan met één nul achter en Feyenoord krijgt veel kansen. De trainer heeft al twee spelers gewisseld. Halver­wege de tweede helft roept hij Daniël bij zich. Warmlopen, zegt hij.

Als hij in het veld staat, lijkt het of alle spanning uit hem wegvloeit. Na een paar minuten komt er een lange bal van achteruit. Daniël staat op scherp, hij is razendsnel. De verdedigers van Feyenoord kunnen hem nooit meer inhalen. Hij probeert de keeper te omspelen, maar die schopt hem hard onderuit. Krimpend van de pijn rolt hij over de grond. Penalty! Geloei vanaf de tribunes. De aanvoerder laat zich niet van de wijs brengen en scoort beheerst. Daniël verbijt de pijn. Hij moet verder, wisselen kunnen ze niet meer. Vlak voor tijd komt van rechts een strakke voorzet. Een verdediger van Feyenoord kopt de bal weg. De bal dreigt langs Daniël te vliegen. In een uiterste poging maakt hij een achterwaartse sprong en met een geweldige omhaal weet hij de bal vol op de wreef te raken. Het volgende moment wordt hij bedolven onder juichende medespelers…

De volgende dag is Daniël vroeg thuis van school. De man is nog niet ge­weest, jammer. Hij wil er liever niet bij zijn.

Op zijn kamer probeert hij wat huiswerk te maken. Over zijn trui heeft hij het shirt van Heerenveen getrokken met handtekeningen van de spelers. Het geeft hem een speciaal gevoel, alsof hij ... alsof het allemaal toch goed komt. Hij vergeet nooit meer hoe hij aan die handtekeningen is gekomen. Voor het eerst in jaren gingen ze een lang weekend weg naar een vakantiepark. En wat bleek? De selectie van Heerenveen was daar ook, op trainingskamp. Eigenlijk durfde hij het niet, maar hij heeft het toch gevraagd. Uiteindelijk hebben alle spelers een handtekening op zijn shirt gezet, ook zijn grote voorbeeld, Pranjic. Beneden klinkt de bel. Daar zal je die man hebben, denkt Daniël. Maar de stem die hij hoort is niet van een man maar van een jongen. Even later zwaait de deur van zijn kamer open. Zijn moeder laat Jari binnen.

'Hier is iemand die jou dringend wil spreken.'

Daniël kijkt zijn moeder boos aan. Hij wil niet dat er kennissen of vrienden bij hem thuis komen, zeker Jari niet. Dat weet ze toch? Zij wil toch ook niet dat iemand weet hoe moeilijk ze het hebben? Waarom hoopt ze anders altijd dat ze geen bekenden ziet bij de voedsel bank?

Jari laat zich naast hem op bed zakken. 'Wat is het hier koud, man. Is de verwarming kapot?'

Daniël krijgt een kleur. 'Welnee,' antwoordt hij snel, 'we hebben het eh ... gauw warm.'

'Dat zie ik aan je gezicht,' zegt Jari. Hij kijkt om zich heen. 'Heb je die oude televisie van mij niet meer?'

'Nee, die is pas kapot gegaan.'

'Dat is lullig.' Jari graait in zijn broekzak en haalt een kaartje tevoorschijn. Zonder wat te zeggen, geeft hij het aan Daniël.

'Wat is dat?'

'Kijk dan goed,' zegt Jari.

Het is een voetbalkaartje, ziet Daniël. Heerenveen tegen Utrecht, komende zondag. De voordeurbel klinkt opnieuw, maar het dringt niet tot hem door. 'Mooi of niet?' roept Jari. 'Ik zou met mijn vader en mijn oom gaan, maar mijn oom moet onverwacht werken. Ik dacht, ik vraag of jij het kaartje wilt overnemen. Dan kun je met ons meerijden.'

Daniël kijkt naar de prijs op het kaartje. Dat kan hij nooit betalen. 'Zondag hè? Dat is balen. Dan is eh ... mijn oma jarig.'

'Oh, dat is jammer. Ik dacht, een echte supporter als jij kan altijd wel mee.' Daniël denkt na over een smoes om hem weg te krijgen. Straks gaat hij weer zeuren over de verwarming. En als hij ontdekt wat er echt aan de hand is, vertelt hij het aan zijn moeder. Dan kun je het net zo goed meteen in de krant zetten. Hij gluurt naar het horloge van Jari, tien voor half drie.

'Ik moet om half drie trainen,' zegt hij opeens. 'Weet jij hoe laat het is?'

Jari kijkt op zijn horloge. 'Tien voor half drie, dan mag je wel opschieten.'

Daniël vliegt overeind. 'Mijn tas staat beneden.'

Gelukkig loopt Jari zonder vragen te stellen achter hem aan de trap af. Daniël gaat recht op de voordeur af, maar Jari blijft in de gang staan. Hij tuurt de woonkamer in, de deur staat op een kier.

'Er loopt een man in jullie kamer,' fluistert Jari. 'Het lijkt of hij van alles opschrijft.'

Daniël voelt een steek in zijn maag. Hij is er dus al! Wat moet hij zeggen, de waarheid soms? Dat die vent een lijst maakt van alles wat ze hebben? Dat er daarna een advertentie in de krant komt waarin staat dat hun spullen te koop zijn? Voor een paar centen wordt dan alles verkocht, nooit genoeg om alle schulden te betalen. En iedereen weet het dan. Hij moet iets verzinnen.

'Ik zal het eh ... maar eerlijk vertellen,' zegt Daniël aarzelend. 'Mijn moeder heeft eh ... een nieuwe vriend. Hij is behoorlijk rijk en nou is hij de kamer aan het opmeten, voor nieuwe spullen en zo. Maar we praten er niet graag over.' Daniël trekt de voordeur open.

'Anders wel een oude vent,' mompelt Jari als hij naar buiten stapt. 'Wat geeft dat,' antwoordt Daniël. 'Als hij maar aardig is.'

'En rijk,' zegt Jari nog. Maar dan heeft Daniël de deur al dicht gedaan.

Uit: Erwtensoep in augustus, Kees Opmeer

Voorbeeld gespreksvragen:

  • Wat is er met Freek/Salomi aan de hand?
  • Hoe zou het zijn om Freek te zijn, wat betekent dat voor je leven? Herken jij iets uit het leven van Freek/Salomi, wat wel/niet?
  • Ken jij een kind in je klas die leeft als Salomi/Freek?
  • Zou het kunnen zijn dat er een kind in je klas zit waarvan je niet weet dat hij/zij thuis weinig geld hebben, en die zich schamen net als Freek/Salomi?
  • Wat kun je doen, jij zelf, of in de klas?

Andere werkvormen over kinderen in armoede: