Doorgaan naar hoofdinhoud subline-curl

Ik ben vandaag zo gelukkig!

Bij het goede leven denken we al snel aan gelukkig zijn. Maar wanneer ben je eigenlijk gelukkig? In deze werkvorm gaan kinderen nadenken over wat geluk is. Ze gaan dit thema bespreken door middel van spellen, knutselen en zingen.

‘Gelukkig zijn’ is een term die niet vaak door kinderen wordt gehanteerd. Meestal weten de kinderen niet precies wat gelukkig zijn betekent, of denken ze dat geluk afhangt van het krijgen van bijvoorbeeld de nieuwste telefoon. Dit maakt het misschien lastiger om met kinderen over het onderwerp ‘geluk’ te praten. Met deze werkvormen ontdekken kinderen de verschillende kanten die het woord ‘geluk’ kan hebben.

Introductie: Ik ben vandaag zo vrolijk… (5 min)


Doel:

De kinderen swingen lekker op vrolijke muziek en openen zo op deze manier de bijeenkomst.

Groepsgrootte:

  • maakt niet uit

Nodig:

Zet het liedje ‘Ik ben vandaag zo vrolijk’ op en swing lekker mee met de muziek. Eventueel kun je de kinderen vragen in hun dansje uit te beelden wat ze zingen (springerig als bij ‘Ik ben vandaag zo vrolijk, zo vrolijk, zo vrolijk…’ en met hangende schouders, gebogen rug en chagrijnig gezicht bij ‘soms is hij ongelukkig..’). 

Creatief/verkennend: 'Dit gaat me aan mijn hart' (20 min)


Doel:

Kinderen komen er, door middel van het maken van keuzes, achter wat voor hen echt waarde heeft.

Groepsgrootte:

  • minimaal 4 kinderen

Nodig:

  • groot stuk papier in de vorm van een hart;
  • briefjes;
  • pennen of stiften (drie per kind).

Geef ieder kind drie briefjes. Vraag de kinderen op ieder briefje een ding of persoon te schrijven of te tekenen waar ze gelukkig van worden. 

Leg vervolgens het hart op de grond.

Vraag een van de kinderen om zijn of haar briefjes aan drie anderen te geven (elk kind één briefje). De kinderen met een briefje gaan rondom het hart staan. 

Het kind dat de briefjes heeft uitgedeeld, zegt tegen degenen met een briefje hoe ver ze van het hart moeten staan. Hoe dichter bij het hart, hoe belangrijker datgene wat op het briefje staat voor hun eigen geluk is. 

Op deze manier moeten ze keuzes maken hoe belangrijk bepaalde dingen of personen zijn (is die mooie telefoon belangrijker voor hun geluk dan hun ouders?). 

Als alle kinderen op de juiste plek staan, kan je aan het kind vragen waarom hij/zij deze keuze heeft gemaakt. 

Hierna mag iemand anders totdat iedereen aan de beurt is geweest.

Gesprek/Bijbel: 'De grootste schat' (20 min)


Doel

De kinderen verdiepen zich in een verhaal waar een schat centraal staat en ontdekken zo de visie van dit Bijbelverhaal op geluk.

Nodig:

Lees de kinderen Matteüs 13: 44-46 voor. Daar wordt gesproken over iemand die alles verkoopt, zodat hij een akker kan kopen waarin een schat ligt. 

  • Wat vinden de kinderen daarvan? Kunnen ze begrijpen waarom de man dit doet? 
  • Wat zouden zij doen als zij die man zouden zijn en te horen krijgen dat er ergens een schat ligt? Zouden zij de grond ook kopen, ook al zouden ze niet weten wat de schat precies is? Of zouden zij iets anders doen? Wat dan?
  • De man heeft behalve zijn akker en de schat helemaal niets meer: geen huis, geen kleren, zelfs geen geld om eten te kopen. Denken ze dat de man gelukkig is? Waarom (niet)?
  • Weten de kinderen waarmee de schat in de akker wordt vergeleken?

Leg uit: de schat staat voor het koninkrijk van de hemel. De man heeft alles over voor de schat, hij verkoopt alles wat hij heeft om de schat te hebben. Zo is het dus ook met de hemel: de man wil zo graag bij God zijn dat hij er alles voor over heeft. 

  • Wat vinden de kinderen daarvan?
  • Kennen ze zelf iemand (of zijn ze dat zelf?) die zoveel over zou hebben om bij God te zijn?

Creatief: 'Dit brengt je geluk' (15 min)


Doel:

De kinderen leren door kaarten te maken dat geluk iets is wat je anderen kan toewensen.

Nodig:

  • groen papier;
  • stevig papier (om kaarten te maken);
  • enveloppen;
  • knutselmaterialen.

Geluk kan je niet alleen hebben (mazzel) of voelen, je kan het ook anderen toewensen. Soms doen mensen dit ook wel door kaartjes te sturen waarop ‘veel geluk’ staat. Bijvoorbeeld als ze net getrouwd zijn, een nieuwe baan hebben gekregen, jarig zijn of afscheid nemen van iemand of iets (bijvoorbeeld de kindernevendienst). Vaak staat er op zo’n kaart een klavertje vier, omdat dit een gelukssymbool is. Een klavertje vier is namelijk een zeldzaam plantje en als je zo’n plantje vindt, heb je geluk.

Laat de kinderen een kaart maken voor iemand die wel een beetje geluk kan gebruiken (iemand die ziek is, oma die naar het bejaardentehuis is verhuisd of het zusje die naar een nieuwe school gaat) of wie ze geluk toewensen omdat ze zo van hem of haar houden. Maak van groen papier een klavertje vier en plak deze op een dubbelgevouwen A4 van stevig papier, zodat het een dubbele kaart is geworden. De kinderen kunnen het verder versieren en er natuurlijk een mooie tekst op schrijven.

Het is leuk als je enveloppen en postzegels meeneemt zodat de kinderen de kaart ook echt kunnen versturen. Als degene dichtbij staat (bijv. vader of moeder) kunnen ze de kaart natuurlijk geven.


Creatief: 'Geluksmachine' (60 min)

Doel:

De kinderen bedenken, door middel van het maken van een geluksmachine, wat ze zelf kunnen doen om gelukkig te worden.


Nodig:

  • schoenendozen;
  • knutselmateriaal;
  • stiften.

Stel dat je alles mag wensen, als je maar gelukkig bent. Wat zou het zijn? Laat de kinderen vijf wensen bedenken waarvan ze zouden willen dat die uit zouden komen. Ze mogen alles bedenken, behalve geld (als ze daarmee komen: vraag dan wat ze met dat geld zouden doen). Laat hen van de doos een geluksmachine maken met vijf knoppen. Iedere knop moet een wens in vervulling kunnen brengen.

Loop tijdens het knutselen rond en knoop wat gesprekjes aan door middel van het stellen van vragen.

Laat de kinderen na een half uur de geluksmachines tentoonstellen en loop met elkaar een rondje langs de geluksmachines. Bespreek ze aan de hand van de volgende vragen:

  • Waarom heb je deze wensen in je machine verwerkt? Wat leveren deze wensen op?
  • Wat vind je zelf de mooiste wens van jouw machine? Waarom?
  • Wat vind je de mooiste wens van alle machines?
  • Als deze wensen zouden uitkomen, ben je dan gelukkig? Waarom (niet)?
  • Kunnen de wensen uitgevoerd worden? Welke? En hoe?
  • Wat zou jij eraan kunnen doen om deze wensen uit te voeren?

Individueel: 'Dingen waar ik gelukkig van word' (20 min)


Doel:

De kinderen denken na over verschillende dingen (opmerkingen, dingen, gebeurtenissen et cetera) die hun geluk kunnen brengen.

Nodig:

Geluk wordt vaak uit materiële zaken gehaald. Daarom is het goed om, naast het materiële, ook te kijken naar gebeurtenissen, muziek en woorden (complimenten) die gelukkig kunnen maken.

Verdeel de kinderen in groepjes van drie personen en deel de schema’s uit. In de eerste kolom moeten de kinderen materiële zaken schrijven waar ze gelukkig van worden die beginnen met de letters die voor het schema staan (bijvoorbeeld: ‘geld’, ‘eigen paard’, ‘Lego’, etc). Dit doen ze ook met de andere kolommen.

Leg daarna de schema’s naast elkaar en bespreek ze nog even met de kinderen. Wat valt op? En welke kolom is voor hen het belangrijkst om gelukkig van te worden?

Spel/tussendoor: 'Ik ben gelukkig als…' (5 min)

Doel:

De kinderen zijn even op een ontspannen manier met het thema bezig door te rennen.

Nodig
:

Sommige mensen denken altijd: ‘Als ik … ben, dan ben ik gelukkig’. En zo bereiken ze nooit het geluk, omdat ze altijd meer willen. Aan de andere kant zijn er ook mensen die aan sommige dingen niet moeten denken. Want als ze … zijn, zijn ze zeker niet gelukkig!

Laat de kinderen allemaal aan een kant van de ruimte staan en lees de stellingen van de download voor. Als ze het ermee eens zijn, moeten ze naar de andere kant van de zaal rennen, als ze het er niet mee eens zijn, blijven ze staan.


Creatief: 'Geluk zit hem in kleine dingen' (25 min)

Doel:

Kinderen leren door een gelukspoppetje te maken dat ze kleine momenten van geluk moeten koesteren.

Nodig:

  • eventueel een gelukspoppetje;
  • stukjes stof;
  • knutselspullen;
  • lintjes;
  • kleine papiertjes.

Ga met de kinderen in gesprek over kleine geluksmomenten. Hebben de kinderen die? Wanneer dan (bijvoorbeeld: als ze plotseling pannenkoeken gaan eten, als mama ze voorleest, als ze een mooie boomhut hebben gebouwd, etcetera).
Doen ze iets om die momenten te onthouden voor als ze verdrietig zijn? Wat doen ze dan?

Laat de kinderen een gelukspoppetje zien. Kennen de kinderen dat? Wat is het dan? Waarvoor gebruiken de mensen het?

Laat de kinderen een gelukspoppetje maken. Laat hen tijdens het maken verder nadenken over kleine geluksmomenten. Laat hen die op een briefjes schrijven en dit briefje met een lintje aan het poppetje vastmaken. Zo kunnen ze, als ze zich even minder gelukkig voelen, weer het kleine moment van geluk herinneren!


Afsluiter: 'Ik wens je het allerbeste' (5 min)

Doel:

De kinderen sluiten de bijeenkomst af door elkaar het allerbeste te wensen.

Nodig:

  • stickers;
  • stiften.

Iemand geluk toewensen is iemand het allerbeste wensen. Dit gaan de kinderen ook doen. Plak stickers op de ruggen van de kinderen en ga in een kring staan. Laat ieder kind een goede wens op de sticker van het kind waar hij of zij naast staat schrijven. Ieder kind kan daarna de sticker van zijn/haar eigen rug voorlezen.