Doorgaan naar hoofdinhoud subline-curl

Jouw beeld bij een verhaal.

Aan de slag met beelden bij het verhaal van het dochtertje van Jaïrus.

Kinderen gaan nadenken over het verhaal van Jaïrus en zijn dochter. Ze worden uitgedaagt op de beelden die zij bij het verhaal krijgen samen te voegen in een mooie collage. Deze werkvorm zou je ook kunnen toepassen bij andere bijbelse verhalen.

Programma
Doelstelling: de kinderen leren het verhaal over het dochtertje van Jaïrus kennen, zich erin inleven en kunnen uitdrukken wat het oproept.
Tijdsduur: een uur
Nodig: Kopieën (bij voorkeur in kleur) van de platen bij het verhaal van het dochtertje van Jaïrus uit de Kijkbijbel of uit het deel ‘Het dochtertje van Jaïrus' uit de serie ‘Wat de Bijbel ons vertelt', beide van Kees de Kort. Kopieën van het bijbelverhaal in de Nieuwe Bijbelvertaling of uit de Groot Nieuws Bijbel. Twee kleuren potloden per kind. Vellen A3-papier. Viltstiften, kranten, tijdschriften, lijm et cetera

Introductie: juiste volgorde
Tijdsduur: 10 minuten

Leg de kopieën van de platen op willekeurige volgorde neer. De opdracht voor de kinderen is om het verhaal, zonder het eerst gehoord te hebben, op de juiste volgorde te leggen. Is de groep groter dan vijf kinderen, neem dan meerdere setjes platen mee en laat ze per groepje op volgorde leggen. Vraag vervolgens of de kinderen het verhaal kunnen navertellen met elkaar, maar geef nog niet het juiste antwoord. Vertel nu het verhaal.

Vraag aan de groep of de platen nog steeds op de juiste volgorde liggen of dat er iets veranderd moet worden. Is het verhaal anders dan ze gedacht hadden?

Verdieping: wie is wie?
Tijdsduur: 15 minuten

Geef elk kind een kopie met het verhaal van het dochtertje van Jaïrus. Geef ze de tijd om, ieder voor zich, het verhaal in stilte te lezen.

Jouw verhaal
Geef iedereen daarna twee kleurpotloden, bijvoorbeeld rood en groen, met de volgende opdracht: onderstreep de figuren in het verhaal die het belangrijkst zijn met rood. De figuren die wel een rol spelen maar minder belangrijk zijn onderstreep je met groen.

Tip: Figuren hoeven niet altijd mensen te zijn. Bijvoorbeeld in het verhaal van Jezus' intocht in Jeruzalem op Palmpasen kan je ook de ezel benoemen als figuur uit het verhaal. In de leefwereld van kinderen kunnen ezels, bomen, huizen enzovoorts heel goed een rol spelen. Laat de kinderen hier zelf mee komen.

Bespreek met de groep de verschillende figuren die volgens hen in het verhaal voorkomen en vraag wie ze de belangrijkste vinden in dit verhaal en wie minder belangrijk zijn. Waarom? Hoe stellen ze zich de verschillende figuren voor? Bijvoorbeeld: Hoe stel je Jaïrus voor? Sterk? Onzeker? Bang? Hoe ziet hij er uit? Verandert Jaïrus in het verhaal?

Ga zo een paar figuren langs.

Verwerking: draaiboek
Tijdsduur: dertig minuten

Vertel de kinderen dat ze nu een soort draaiboek gaan maken. Vraag of ze weten wat een draaiboek is. Bij het maken van een film bijvoorbeeld wordt altijd eerst een draaiboek gemaakt. In een draaiboek staat alles wat er in de film gaat gebeuren op een rijtje. Ook de platen die ze bij de introductie hebben gezien, zijn dus een soort draaiboek: als je ze op volgorde legt, kan je zien wat er gebeurt in het verhaal.

Neem de platen van Kees de Kort als uitgangspunt voor de scènes. Verdeel de kinderen in groepjes zodat er bij elke plaat een groepje kinderen hoort. Geef elk groepje de tekst die bij hun plaat hoort. Klik hier om een download te vinden waarin aan de hand van de Nieuwe Bijbelvertaling de teksten van de scènes bij de platen zijn verdeeld.

Vertel de kinderen: "We gaan het draaiboek van de platen uitbreiden: bij elke plaat ga je laten zien wat die plaat bij je oproept. Dat betekent dat je gaat letten op je gevoel. Welk gevoel heb je bij deze plaat? Word je er blij van, of rustig, of een beetje stil? Als je daarop let, gaat het verhaal meer ‘leven', wordt het alsof het nu gebeurt." Geef de kinderen de opdracht eerst na te denken wat voor gevoel ze krijgen bij hun scène, hun onderdeel van het verhaal. Pas als ze dat weten, kunnen ze aan de slag. Geef ze dus nog even de tijd om naar hun plaat te kijken en de tekst erbij te lezen.

Geef elk groepje een vel A3-papier, een paar kranten, tijdschriften, viltstiften en lijm en dergelijke. Geef ze de opdracht met elkaar een collage te maken van hun plaat en de tekst die erbij hoort. Geef, voor je de kinderen laat beginnen, een paar voorbeelden van wat je bedoelt. In een scène is Jaïrus bijvoorbeeld erg verdrietig, zelfs wanhopig. Een krantenfoto van een huilende man kan je dan op de bijbehorende collage plakken. Vertel dat iedereen zijn of haar eigen gevoel mag laten zien: de een let misschien vooral op Jaïrus, terwijl de ander denkt aan Jezus. Dan kan je een ander gevoel hebben bij dezelfde plaat.

Dat geeft niks, dat maakt het alleen maar een uitgebreider en interessanter draaiboek. Als er te weinig kinderen zijn voor deze aanpak, kun je de kinderen individueel laten werken aan een collage. Zorg dan wel voor kleinere vellen papier.

Aandachtspunt

Deze opdracht kan best moeilijk zijn en is dus vooral geschikt voor oudere kinderen (10-12 jaar). Heb je toch jongere kinderen in de groep, let daar dan op en help ze verder als je merkt dat ze er niet uitkomen. Als een jonger kind het toch niet begrijpt en bijvoorbeeld het verhaal gaat natekenen, laat dat dan maar gewoon gebeuren en zeg niet dat het niet goed is. Ook in de tekening zal het kind iets laten zien van het gevoel dat hij of zij bij het verhaal heeft; bij de bespreking van de collages kun je dat gevoel wat eruit spreekt benoemen en de tekening zo meenemen in het geheel.

Afsluiting
Tijdsduur: tien minuten

Hang de collages in de juiste volgorde achter elkaar op en loop met de groep langs het draaiboek. Bespreek met de kinderen welke gevoelens ze op de collages zien en relateer deze aan het verhaal. Vraag aan een paar kinderen of ze iets willen vertellen over wat ze op de collage hebben gezet.