Doorgaan naar hoofdinhoud subline-curl

Oud & Jong

In de kerk komen verschillende generaties bij elkaar. In deze werkvorm gaan jongeren aan de slag met dat thema. Wat zijn generaties eigenlijk en wat kunnen zij van andere generaties leren? Ook ontdekken de jongeren dat God meegaat met de verschillende generaties.

Doelen:

  • De jongeren weten na het doen van deze werkvorm wat verschillende generaties zijn.
  • De jongeren komen tot de ontdekking dat zij kunnen leren van ouderen en dat ouderen kunnen leren van hen.
  • De jongeren weten na deze werkvorm dat God met de verschillende generaties mee gaat.

Kies telkens één werkvorm onder introductie, verdieping en verwerking.

Introductie


Werkvorm 1: Generaties (ong. 15 min)

Nodig: pen en papier / stiften, evt. telefoon/computer met internet

In de kerk komen allerlei mensen bij elkaar: mannen en vrouwen, oude mensen en jonge mensen. Dat er mensen van allerlei leeftijden bij elkaar zitten maakt de kerk tot een bijzondere plek. Met een moeilijk woord noemen we dat ook wel: intergeneratief.

Ga met elkaar in gesprek:

  • Wat is een generatie eigenlijk? Als jullie er niet uitkomen mag je het opzoeken op internet.
  • Welke mensen van een andere generatie ken jij in de kerk?
  • Ook in een familie horen verschillende generaties bij elkaar. Welke generaties ken jij in jouw familie? 

Om te maken:

Een manier om de verschillende generaties van je familie te overzien, is door een stamboom te maken.

Pak een vel papier en pennen/stiften en maak een stamboom van je eigen familie. Zoek eventueel voorbeelden op op internet.

Wie van jullie kan de meeste generaties opschrijven?


Werkvorm 2: Generatie Z (ong. 10 min)

Nodig: telefoon met internet

Mensen die in ongeveer dezelfde tijd geboren zijn horen bij dezelfde generatie. Verschillende generaties hebben een naam, bijvoorbeeld ‘generatie Z’ of ‘generatie Y’.

Zoek op op internet bij welke generatie jij hoort. Herken je jezelf of je leeftijdsgenoten in de eigenschappen die genoemd worden bij jouw generatie?

Zoek ook eens op waar je ouders bij horen. Herken je hen in wat er over die generatie gezegd wordt?

Verdieping


Werkvorm 1:  “In totaal leefde hij 930 jaar” (ong. 15 min)

Nodig: bijbel, verkleedkleren
Alternatief: materiaal om te knutselen/tekenen of (telefoon met) camera

Lees met elkaar Genesis 5.

  • Wat valt je op aan dit gedeelte?
  • Wie werd het oudst van alle mensen die in dit gedeelte genoemd worden? En hoe oud werd hij?
  • Rekenopdracht: hoeveel generaties heeft Adam nog meegemaakt voordat hij stierf?

In het Oude Testament staan verhalen over mensen die heel oud werden. Stel je eens voor dat wij nu nog net zo oud werden als de mensen uit Genesis 5. Ga met elkaar in gesprek: 

  • Wat zou het voor gevolgen hebben als mensen wel 900 jaar oud werden?
  • Naast je opa’s en oma’s welke andere oude mensen zou je nog meer kennen in je familie?
  • Wat zou jij kunnen leren van iemand die 900 jaar oud is? En wat kan iemand van 900 jaar oud leren van jou?

Speel met elkaar na hoe een gesprek tussen iemand van 900 en iemand van ongeveer 15 er uit zou zien. Eén iemand krijgt de rol van een 900-jarige. Bedenk met elkaar hoe die persoon er uit ziet, wat hij/zij allemaal al heeft meegemaakt, wat hij/zij eet, wat hij/zij voor woorden gebruikt en wat hij/zij wel of niet begrijpt. Bedenk met elkaar iets wat deze oude persoon aan een jong iemand kan leren. Bedenk ook het omgekeerde: wat kan iemand van jullie leeftijd leren aan iemand van 900 en hoe leg je dat goed uit?

Tip: Houdt je tienergroep niet van toneelspelen? Dan kun je hier ook een tekenopdracht van maken. Verdeel de groep in tweeën en geef beide groepen papier en stiften/potloden. De ene groep krijgt de opdracht een jong persoon te tekenen, de andere groep om een oud persoon te tekenen. Hoe ziet hij/zij er uit, wat heeft hij/zij aan? Wat zegt of denkt deze persoon (praat- en denkwolkjes), wat gebruikt hij/zij voor spullen en wat doet hij/zij in de vrije tijd?
Een andere optie is om de opdracht aan te passen naar een foto-opdracht. Laat de jongeren in foto’s de voorgaande vragen uitbeelden (misschien in de vorm van een collage?).

Werkvorm 2: De God van Abraham, Isaak en Jacob (ong. 10 min)

Nodig: bijbel

God wordt ook wel de God van Abraham, Isaak en Jacob genoemd. Ga met elkaar in gesprek over de volgende vragen:

  • Weten jullie wie deze mannen zijn? Op welke manier zijn ze familie van elkaar? En welke vrouwen horen er bij?

Lees met elkaar Genesis 15:1-6.

  • Vertel in je eigen woorden wat God hier aan Abram belooft.
  • Waarom is dit voor Abram in eerste instantie moeilijk te begrijpen?
  • Wat zegt deze belofte volgens jou over God?
  • Abraham kreeg een zoon: Isaak. Op zijn beurt kreeg Isaak zijn zoon Jacob. Weten jullie welke generatie er na Jacob kwam? Hoeveel van zijn kinderen kunnen jullie opnoemen? Lees het eventueel na in Genesis 29 en 30.
  • God gaat met de verschillende generaties mee. Wat betekent dat voor jouw leven?


Verwerking


Werkvorm 1: Generaties in de kerk (ong. 5 min)

Nodig: niets

Wanneer kom jij iemand tegen in de kerk die bij een andere generatie hoort dan jij? Noem een aantal situaties. 
Wat voor activiteit zou jij met mensen van andere generaties uit jouw gemeente kunnen doen? 
Waar zou jij je steentje bij kunnen dragen in de gemeente? 

Tip: nodig eens een aantal ouderen uit bij jullie tienergroep! Of vraag of jullie een keer op bezoek mogen bij de ouderenkring.


Werkvorm 2: Speeddate (ong. 10 min + later uitvoering)

Nodig: ligt aan jullie plan.

Spreek je niet zo vaak mensen van een andere generatie behalve je ouders? Daar kun je verandering in brengen! Organiseer bijvoorbeeld een speeddate met senioren uit de gemeente. 

Bedenk met elkaar hoe jullie dit kunnen organiseren en maak een plan van aanpak. Bedenk in ieder geval wat je allemaal nodig hebt, en wie, en wanneer dit zou kunnen plaatsvinden. Drinken jullie koffie na de kerk? Dan is dat misschien een mooie gelegenheid om de speeddate te organiseren. Bedenk ook een aantal vragen die jullie zouden willen stellen aan iemand van een andere generatie.


Afsluiting (ong. 5 min)


Sluit af met het zingen van een lied of het uitspreken van een gebed.

Liedsuggesties

  • Lied 319 ‘Alles wat er staat geschreven’
  • Hemelhoog 605 ‘Juicht want Jezus is Heer’

Gebed

Je kunt vragen of één van de jongeren wil afsluiten met gebed. 
Je kunt ook stil zijn en de jongeren in die stilte gelegenheid geven een gebed uit te spreken als ze dat willen. Spreek dan af dat jij het gebed afsluit.
Je kunt natuurlijk ook zelf bidden, als de jongeren dat liever willen.

Voorbeeldgebed:

Vader in de hemel,
Dank u wel dat u de God bent van Abraham, Isaak en Jacob. Dat u niet stopt bij één generatie, maar met verschillende generaties mee gaat. Wij danken u voor onze opa’s en oma’s, vaders en moeders en voor alle mensen met wie wij samen naar de kerk gaan. Wilt u bij ons allemaal zijn? 

In Jezus’ naam,

Amen.