Doorgaan naar hoofdinhoud subline-curl

Het goede leven: een leven met God

Een bijbelse manier om ‘goed leven’ uit te leggen is dat een goed leven een leven met God is. Over een leven met God valt ook veel te zeggen. In de eerste plaats is Hij de schepper, daarnaast is Hij als een vader die voor ons zorgt, en Hij is de grond van ons bestaan. Hij is ook degene die je geloof (en daarmee jouzelf!) laat groeien. Over dat laatste gaat deze werkvorm: God die doet groeien.

Het jaarthema 2020-2021 van de Protestantse Kerk  is ‘het goede leven’. De betekenis van een ‘goed leven’ kan op verschillende manieren uitgelegd worden. Misschien denk je meteen aan een leven waar alles goed gaat en waarin al je dromen uitkomen. Of aan een leven waarin je tevreden bent met wat je hebt en je je gelukkig voelt, ook als er soms dingen ‘mis’ gaan.

God is degene die je geloof (en daarmee jouzelf!) laat groeien. Over dat laatste gaat deze werkvorm: God die doet groeien.

Zoals Psalm 92:7 zegt: “Die in Gods huis geplant zijn, zij bloeien in Gods licht.”

Met deze werkvormen ontdek je samen met kinderen wat het betekent dat God degene is die je laat groeien. Kies één werkvorm bij elk onderdeel (introductie, de Bijbel en verwerking) die het beste bij jouw groep past.

Doel:

  • De kinderen leren wat het betekent dat ‘een goed leven’ een leven met God is.
  • De kinderen ontdekken dat God degene is die doet groeien. 

 

Introductie

 

Werkvorm 1: de groei van een plant (10 min)

Nodig:

Kijk met elkaar de eerste twee minuten van het filmpje.

Wat zien de kinderen?

Hebben ze zelf ook een tuin waar ze plantjes groeien? Of misschien hebben ze wel een keer een project gedaan in de klas? Laat ze hier iets over vertellen.

Leg uit dat God de aarde heeft gemaakt en dus ook alle dieren en planten. God werkt nu ook nog steeds op de aarde. Wij geven planten water, maar uiteindelijk zorgt God ervoor dat de planten groeien en de bloemen bloeien. 

 

Werkvorm 2: de groei van een baby (15 min)

Nodig:

  • whiteboard;
  • flipover of groot vel papier;
  • stiften.

Als een baby geboren wordt is hij/zij nog maar heel klein en kan weinig zelf. Baby’s groeien en leren echter heel snel. 

  • Hebben de kinderen in hun eigen omgeving (jonge) baby’s? Misschien een broertje of zusje, neefje of nichtje?
  • Merken ze dat die baby zich snel ontwikkelt? Waaraan zien ze dat?
  • Weten de kinderen hoe het komt dat baby’s groeien en zich ontwikkelen? Laat ze om de beurt iets noemen en schrijf dat op het grote papier/whiteboard.

Als het lastig is voor ze, kun je uiteraard helpen. Baby’s groeien door eten en drinken van de ouders. Ze ontwikkelen zich (leren omrollen, kruipen, staan, lopen, praten, enz.) door aandacht en liefde van de ouders.

Leg uit dat God als een vader voor ons zorgt en wij met zijn liefde omringd worden: net als jouw ouders je vroeger te eten en te drinken hebben gegeven (en nog steeds doen!) en je hebben geholpen met leren praten en leren lopen, zo wil ook God ons helpen in onze (geloofs)ontwikkeling. 

Psalm 103:5 “Zoals een vader liefdevol zijn armen slaat om zijn kind, omringt ons met erbarmen God onze Vader, want wij zijn van Hem.”


De Bijbel

 

Werkvorm 1: God doet groeien (20 min)


Nodig

Lees met elkaar 1 Korintiërs 3: 1-9 uit de Bijbel in Gewone Taal.

Leg eventueel uit wie Paulus (apostel en schrijver van de brief) en Apollos (medewerker van Paulus) zijn. 

Vraag aan de kinderen: 

  • Wat doen de verschillende personen in dit verhaal: God, Paulus, Apollos en de gemeente?
  • Wat geeft Paulus hier voor opdracht aan de gemeente?

Leg uit: het bijbelgedeelte zegt dat God degene is die het geloof geeft en niet Paulus of Apollos. Je kunt Paulus en Apollos vergelijken met een tuinman die zorgt voor de tuin. De tuinman geeft de planten water en haalt het onkruid weg. Kortom: hij/zij probeert optimale omstandigheden te creëren. Toch kan de tuinman verder alleen maar hopen dat de planten goed groeien. Het is God die er uiteindelijk voor zorgt dat alles in bloei komt.
Paulus en Apollos kunnen de gemeente van Korinthe zo goed mogelijk proberen te helpen, maar uiteindelijk is het God die ervoor zorgt dat de mensen gaan geloven.

Vraag aan de kinderen:

  • Welke mensen helpen jou in je geloof? En hoe doen ze dat?
  • Help je zelf ook wel eens mensen in hun geloof? Hoe doe je dat?


Werkvorm 2: vruchten van de Geest (20 min)

Nodig:

  • Bijbel;
  • kaartjes (memoblaadjes) met daarop de verschillende vruchten van de Geest geschreven (liefde, vreugde, vrede, geduld, vriendelijkheid, goedheid, geloof, zachtmoedigheid, zelfbeheersing). Nummer deze kaartjes.
  • dobbelstenen;
  • fles.

Leg uit dat God zelf ons helpt om in Hem te geloven. Als we in God geloven werkt ook de heilige Geest in ons leven waardoor je ook in je gedrag kunt zien dat je gelooft. Zo is bijvoorbeeld vriendelijkheid iets waar de heilige Geest je mee kan helpen. Er zijn nog meer ‘gaven van de Geest’, ook wel ‘de vruchten van de Geest’. 

Lees met elkaar Galaten 5: 22-23.

Deel de kaartjes met daarop de vruchten van de Geest uit; elk kind één kaartje (bij een groep met minder dan negen kinderen, geef je (sommigen) 2 kaartjes).

Ga in een kring zitten en leg de dobbelstenen in het midden. 

Gooi de dobbelstenen. 

Geef degene met het kaartje met hetzelfde nummer als ogen op de dobbelstenen de beurt. Vraag hem/haar het kaartje voor te lezen dat hij/zij net gekregen heeft. Vraag daarna of iemand er een voorbeeld bij heeft. Bijvoorbeeld: hoe kun je zien dat iemand zachtmoedig is? (sommige eigenschappen zijn misschien lastig, help daarbij). 

Nu mag degene van wie het kaartje was de dobbelstenen gooien. Als je een getal gooit dat niet overeenkomt met een kaartje, stel je aan degene die gooit de vraag: welke vrucht van de Geest zou jij nog meer willen ontwikkelen? 

Luister/zing als afsluiting van deze werkvorm met elkaar het lied: ‘Ik wens je’ van Elly en Rikkert.


Verwerking

En nu jij!

Werkvorm 1: Laat zelf een plantje groeien (20 min + thuis)

Nodig:

  • potgrond en zaadjes of bolletjes die makkelijk te planten zijn;
  • potjes (bijvoorbeeld lege jampotjes);
  • potgrond;
  • knutselspullen.

Jullie hebben met elkaar nagedacht over God die ervoor zorgt dat de planten en de bloemen groeien en die ook de mensen (ons!) helpt om te groeien in geloof.

Plant met elkaar de zaadjes of de bolletjes en laat ieder kind zijn/haar ‘plantje’ mee naar huis nemen. Eventueel kunnen jullie de potjes van tevoren versieren en er bijvoorbeeld Psalm 92:7 op schrijven: “Die in Gods huis geplant zijn, zij bloeien in Gods licht.”

Je kunt hier een volgende keer op terugkomen door te vragen of de plantjes al zijn uitgekomen.

Werkvorm 2: Gebed (20 min)

Nodig:

  • gekleurd papier
  • pennen/stiften
  • lijm of plakband
  • een groot vel.

Vat nog een keer samen waar jullie het over hebben gehad. Jullie hebben met elkaar nagedacht over God die je helpt in je geloof, en over de vrucht van de Geest. Waar willen de kinderen voor bidden naar aanleiding van dit onderwerp? Dat mag voor hunzelf zijn: hulp bij geloven bijvoorbeeld, of bij vriendelijker zijn naar mensen om hen heen. Het mag ook een gebed zijn voor anderen: als ze weten dat iemand het bijvoorbeeld moeilijk vindt om te geloven.

Teken een grote bloem of plant op het grote papier, liefst met een zwarte stift.

Deel de gekleurde papieren en pennen/stiften uit.

Laat de kinderen op de gekleurde papier hun gebeden opschrijven en vervolgens uitknippen.

Plak de gebeden op de bloem, zodat deze kleur krijgt.

Als alle gebeden opgeplakt zijn en er zijn nog witte plekken op de bloem, kleur deze dan in of plak er lege papiertjes bij.
Eindig door te bidden en de gebedsintenties van de kinderen daarin mee te nemen.